dinsdag 27 juli 2021

Reppen


Ongerepte natuur is mooi. In Nederland hebben we dat niet meer, dus ik denk daarbij al gauw aan beelden van steppes in Tanzania of bossen in Finland.

Maar mooier nog dan ongerept natuurlandschap vind ik ongerept cultuurlandschap. Daarmee bedoel ik een landschap dat door de mens, meestal voor de landbouw, in cultuur gebracht is, maar op een manier die nog nauw aansluit bij het oorspronkelijke natuurlandschap. Denk aan de rijstvelden in Indonesië of aan de wijngaarden van Toscane. 

Onlangs was ik op Texel en zag ik glimpen van de Nederlandse variant daarvan langs de Texelse oostkust: afwisselende lapjes grond van diverse kleuren, omzoomd door heggen en bosschages, met traditionele boerderijen en schuren daartussen verspreid. Prachtig!

Ongerept cultuurlandschap is natuurlijk gewoon gerepte natuur, maar ik noem het toch ongerept omdat het nog een eigen oorspronkelijkheid heeft. Het is nog niet beschadigd door ruilverkaveling en grote stalen schuren. Die reppen pas echt omdat ze het landschap saai en lelijk maken.

Of zou men dat duizend jaar geleden, toen men daar begon met landbouw bedrijven en schuren bouwen, ook beleefd hebben als verlelijking – repping – van het landschap? En is men zich pas in de loop van de tijd gaan hechten aan het cultuurlandschap? Dat zou betekenen dat wij op onze beurt ons nog kunnen gaan hechten aan de stalen dozen en onmetelijke percelen raaigras in ons land.

Maar ik denk niet dat dat kan.

Zie ook Bakstenen en Windmolens

maandag 19 juli 2021

Branson, Bezos, Musk en innerlijke motivatie


Je hoort het de laatste tijd wel vaker: organisatiemedewerkers, waaronder leidinggevenden, verlangen van hun werk dat het voor hen persoonlijk van betekenis is. Daar moet de motivatie vandaan komen. Dit in contrast tot andere motiverende aspecten van werk die tot nu toe minstens zo krachtig waren maar aan betekenis zouden verliezen, zoals sociaal  aanzien, maatschappelijke status en gehoorzaamheid aan de autoriteit van anderen. Vandaar de vele verhalen over mensen die met succes een prestigieuze positie hebben verworven maar nu besluiten om hun hart te volgen en iets anders te gaan doen.

Overigens gaat zo’n werkswitch in veel gevallen niet gepaard met een verlies aan inkomsten. Kennelijk is de arbeidsmarkt voor werknemers zo gunstig dat je je innerlijke drijfveren kunt volgen zonder daar materieel veel voor in te leveren.

Over het belang van persoonlijke motivatie kwam in Trouw laatst een interessant interview voorbij met Wiebe Draijer, de bestuursvoorzitter van de Rabobank. “Blijf dichtbij wat je echt drijft, dan ben je tot veel meer in staat dan je denkt én kom je pas echt tot je recht”, zegt Draijer. Hij noemt dat “je diepere motivatie”, die kan zorgen voor inspiratie en houvast. Daar krijgt je overtuiging vorm, begint authenticiteit en transparantie in de communicatie. 

Voor Draijer zelf bestaat de innerlijke drijfveer eruit dat hij maatschappelijk wat wil betekenen. Hij ziet met lede ogen “de grotere afstand tussen arm en rijk, een bepaalde richtingloosheid, gebrek aan moreel leiderschap en de instabiliteit die daar het gevolg van is” en dat motiveert hem tot het volhouden van zijn intensieve leefstijl als CEO, iedere dag opnieuw. 

Draijer meent dat bij een groeiende groep CEOs aandacht is voor diepere motivatie en authenticiteit. Hij denkt te zien “dat er een leiderschapstransitie gaande is waarbij we de persoonlijke motivatie veel meer een eerlijke plek geven. Organisaties en uiteindelijk de wereld gaan er denk ik beter van worden als mensen sneller uitsorteren naar de plek waar ze met hun diepere motivatie het beste tot hun recht kunnen komen. Daar wordt iedereen gelukkiger van”.

Draijer heeft zonder meer een punt als hij zegt dat innerlijke motivatie voor je werk het meest gezonde uitgangspunt is. Dan kom je inderdaad het beste tot je recht, ben je verzekerd van energie en het beste beschermd tegen burn-out. Ik snap alleen niet waarom Draijer denkt dat de wereld er beter van wordt als iedereen zijn eigen drijfveren meer volgt. Want de termen ‘innerlijke motivatie’ of ‘diepste motivatie’ zeggen nog helemaal niets over de aard van die motivatie. 

In het geval van Draijer zit dat wel goed, hij wil graag zijn bijdrage leveren aan grotere gelijkheid en rechtvaardigheid in de samenleving. Dat kun je gerust nobele motieven noemen. Maar zijn verhaal suggereert dat diepere innerlijke motivatie per definitie, als tegengesteld aan uitwendige motivatie, altijd nobel van aard is. Dieper is nobeler.

Ik betwijfel of dat zo is. Bij sommige mensen, bijvoorbeeld Drayer, beslist wel. Maar waarom zouden er deep down van binnen bij andere mensen niet heel andere motieven klaarliggen? Veel geld verdienen bijvoorbeeld, dat is voor een handelsman best een intrinsieke drijfveer te noemen, en het kan zijn dat hoe meer hij naar binnen kijkt, des te meer blijkt dat dat zijn motivatie vormt. Daar gaat hij voor!  

En als Richard Branson, Jeff Bezos en Elon Musk in hun nadagen ‘dieper in hun innerlijk’ duiken willen ze ineens op de meest klimaatdestructieve en geldverspillende manier de ruimte in. Marc Zuckerberg wil naarmate hij ouder wordt alleen maar nog groter groeien. Waarschijnlijk hebben die mannen diep van binnen een grote leegte aangetroffen en drijft bestrijding van de verveling hen tot grote daden.

Motivatie kan dus heel goed van binnenuit komen, maar niet per se die maatschappijbetrokken trekken vertonen als van Draijers motivatie. De termen van persoonlijke diepte en innerlijkheid volstaan daarom niet om uit te komen bij een betere wereld. Daarvoor is eerder het permanente gesprek met anderen nodig over de vraag ‘Wat willen wij voor samenleving zijn?’. Niet zozeer in persoonlijke diepte, alswel in maatschappelijke breedte.

Wat blijft staan van Draijers verhaal: zo’n eigen innerlijke drijfveer waarbij je gedreven wordt door je eigen betekenisgeving en motivatie maakt je krachtig. Je zult niet zo gauw omvallen.

Zie ook Leiderschap en energie en Adrenaline

Wil je commentaar geven of zien: klik op Branson, Bezos, Musk en innerlijke motivatie en scrol naar beneden door.

vrijdag 9 juli 2021

Zijn Joden wit?


Horen Nederlandse Joden historisch gezien nu bij de onderdrukkers of bij de onderdrukten? De vraag komt voort uit een te simplistisch denkkader, maar naar aanleiding van de groeiende belangstelling voor het slavernijverleden van Nederland wordt hij toch regelmatig gesteld.

Het antwoord kan nooit eenduidig zijn. Het is overduidelijk dat Joden in de Nederlandse geschiedenis te maken hebben gehad met juridische achterstelling (tot 1800), met maatschappelijke discriminatie (negentiende en twintigste eeuw) en uitroeiingsmaatregelen. Dus dat ze hun portie onderdrukking wel gehad hebben.

Maar historisch onderzoek naar de slavernij maakt ook duidelijk dat van de zeventiende tot de negentiende eeuw Joden een flink aandeel hadden in de Surinaamse en Antilliaanse plantages en daar slaven hielden. Ze hebben daar opgetreden als onderdrukkers.

Om die laatste reden worden Joden in de huidige racismediscussie, die zich versmalt tot de vraag of je wit/onderdrukker bent of zwart/onderdrukt, regelmatig in het witte kamp ondergebracht. De tentoonstelling ‘Zijn Joden wit?’ in het Joods Cultureel Kwartier probeert in die zwart/wit-discussie wat tussenschakeringen aan te brengen. Niet door feiten over het slavernijverleden te verdoezelen of te ontkennen dat Joden soms inderdaad geprivilegieerde posities van macht konden bekleden. Maar door te laten zien dat het voor Joden als de eeuwige ander ook zo maar, ineens, onvoorspelbaar afgelopen kon zijn met iedere macht of positie. En dat vanuit die ervaring, gevoegd bij de eeuwenlang liturgisch herdachte bevrijding van de Joden uit de Egyptische slavernij, Joodse groeperingen een bijna vanzelfsprekende solidariteit hebben gevoeld met emancipatiebewegingen van anderen, zoals de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging in de jaren zestig van de vorige eeuw en de Black Lives Matter beweging nu.

Wat mij opvalt, naar aanleiding van een artikel van historicus Karwan Fatah-Black, is dat op een gevoelig punt de Nederlandse Joden en de Nederlandse nazaten van tot slaaf gemaakten een onmiskenbare gelijkenis vertonen. Waar mainstream Nederland, zoals vertegenwoordigd door opiniemakers, politici en kunstenaars, het wel een beetje heeft gehad met de ‘enge focus’ in het herdenken van historische rampen van het slavernijverleden en de Jodenvervolging en de aandacht wil uitbreiden naar ‘moderne slavernij’ of ‘universeel onrecht’, maakt zowel de Joodse als de zwarte gemeenschap daar ernstig bezwaar tegen. En zij gebruiken dezelfde woorden om hun bezwaren te formuleren: de verbreding betekent ‘verwatering’ en leidt af van waar het de herdenkers om gaat: de ramp die hun voorouders trof. Die is te groot om te vermengen met andere rampen, hoe gerechtvaardigd de aandacht daarvoor ook is.

‘Haal er niet van alles bij’ als je gaat herdenken. Dat is kennelijk wat onderdrukking – van welke aard ook – als impact achterlaat bij de onderdrukten. Je kunt het er gewoon niet bij hebben.

Zie ook 4 Mei 2012 en Utopisch universalisme is ook voor Joden te hoog gegrepen

Wil je commentaar geven of zien: klik op Zijn Joden wit? en scrol naar beneden door.

donderdag 1 juli 2021

De mensenrechten revisited


In allerlei blogberichten heb ik me weleens sceptisch getoond over de manier waarop universele mensenrechten functioneren in onze samenleving.

Ik vond bijvoorbeeld de kritische analyse van Hannah Arendt over het recht op asiel wel realistisch. Dat mensenrecht is sinds de jaren vijftig uitgewerkt in diverse vluchtelingenverdragen, maar Arendt dacht dat formulering en toekenning ervan weinig bescherming zouden kunnen bieden aan de mensen die het nodig hebben. In de praktijk, zag ze en wist ze uit eigen ervaring, zijn mensenrechten in feite burgerrechten. Burgers van nationale staten kunnen succesvol rechten claimen. Maar als je om wat voor reden dan ook stateloos bent is er geen claimadres. Dan blijkt zo’n mensenrecht een hol en abstract begrip.

Daarnaast had ik het een keer over de weerzin van veel ontwikkelingslanden tegenover  propaganda voor de mensenrechten door westerse landen. Het opgeheven vingertje wordt beleefd als neokoloniale betutteling door de voormalige kolonisatoren. Veel Afrikaanse landen hebben daarom liever te maken met China omdat Chinese hulp niet gepaard gaat met opdringerige ideologie. De evidente machtspolitieke motieven nemen ze daarbij maar voor lief.

Verder kan het iconische plaatje van de waardigheid van het individu in de Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 de indruk wekken dat totale vrijwaring van iedere inbreuk daarop gegarandeerd kan worden. Die combinatie van geloof in maakbaarheid en absolute rechten van het individu kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de definitie van het recht op gezondheid door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit de jaren vijftig. Gezondheid werd daarin omschreven als ‘a state of total physical and mental well-being’ waar ieder mens recht op zou hebben. Het leidde tot uitbundig claimgedrag van zelfbewuste individuen en tot een lawyers paradise, en liet wat mij betreft zien hoe pervers formulering van ‘totale’ mensenrechten kan uitpakken in een ik-gerichte samenleving. Ik vond daarom het absolute karakter gedateerd aandoen, als product van een idealistische humanistische traditie die aan herijking toe is.

Al die bedenkingen bij de mensenrechten snijden ongetwijfeld enig hout, maar mijn achting voor het fenomeen mensenrechten is de laatste tijd met sprongen gegroeid. Dat heeft te maken met de rechtszaken voor milieubescherming tegen Shell, tegen nalatige overheden en binnenkort misschien ook tegen financiers als het ABP. Daarbij wordt een beroep gedaan op de fundamentele rechten op leven, gezondheid, voedsel van huidige en toekomstige generaties. Dat is beslist mensenrechtenjargon, maar het werkt! “Mensenrechten en bescherming van de leefomgeving blijken een bruikbare juridische basis voor klimaatzaken”, zo meldt de krant deze week. 

Laten mensenrechten dan absoluut geformuleerd, abstract of neokoloniaal zijn, een kniesoor die daar nog op let met zulke resultaten. Misschien gloort er opnieuw een paradijs voor advocaten, maar dan van de goede soort.

Zie ook Met universele waarden kom je niet ver