In de laatste aflevering van Zomergasten op 30 augustus was psychiater Jim van Os de gast van Janine Abbring. In gesprek met haar pleitte Van Os ervoor, zoals hij al langer doet, om in de psychiatrische zorg te kijken voorbij de in medische termen gestelde diagnoses en behandelcombinaties van de Diagnostic and Statistical Manual (DSM). De reacties die ik tot nu toe beluister op zijn optreden lopen nogal uiteen.
Televisierecensent Maaike Bos sympatiseert in haar bespreking in Trouw duidelijk met Van Os wanneer hij de ideeën die mensen krijgen in ontregelde en angstige staat benoemt als “uit de hand gelopen betekenisgeving”. Ze benadrukt zijn niet-alleen-maar-medische benadering: “Vroeger ging de patiënt naar een ziekenhuis, opsluiting, diagnose, afsluiting. Van Os ziet liever een open dialoog, in gesprek gaan met de waanzin. Een mens in nood heeft het meest aan oprecht contact. Iets waar de Nederlandse gezondheidszorg nu niet op is ingericht.”
Psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer vindt dat Van Os met zijn kritiek op de gangbare psychiatrie zijn collega’s onrecht aandoet. “Hen kenschetsen als medici die een hokje aanvinken en een receptje voorschrijven is baarlijke nonsens.”
Schrijver (onder andere over psychiatrie) Berry Vorstenbosch vraagt zich af in hoeverre bij Van Os sprake is van een wondergenezer-complex. Zijn uitspraak over de noodzaak van “een heel nieuwe menselijke aanpak in de psychiatrie” zou daarop kunnen duiden. Maar tegelijkertijd stelt hij vast dat Van Os’ nuchterheid en volle samenwerking met de GGZ gedurende zijn carrière hem heeft behoed voor de grootheidswaan van het sjamaanschap.
Zelf waardeer ik de poging van Van Os om het perspectief breder te trekken dan veel van de gangbare psychiatrie doet. En wat me bijblijft is zijn nadruk op de noodzaak om bescheiden te zijn over het vak, zowel wat betreft het wetenschappelijke gehalte ervan als wat betreft de concrete resultaten bij de beoefening van het vak. Het feit dat de menselijke geest zo’n glibberig, ongrijpbaar onderwerp is maakt op beide vlakken het psychiatrische werk tot een moeizame onderneming. Geduld en uithoudingsvermogen zijn dan cruciaal.
Wetenschappelijk gezien staat volgens Van Os de psychiatrie nog maar in de kinderschoenen. Dat wil niet zeggen dat er geen goede psychiatrische wetenschappers zijn, er wordt wel degelijk goed onderzoek gedaan. Maar gegeven het weerbarstige onderwerp leidt dat niet direct tot spectaculaire resultaten zoals bij kankeronderzoek of op andere medische terreinen het geval is. Psychiatrisch onderzoek vergt lange adem, frustratietolerantie en uithoudingsvermogen van wetenschappers. Precies dat, zegt Van Os, kon men zo’n dertig, veertig jaar geleden niet meer opbrengen. Men hield de vaagheid niet langer uit, ook omdat vanuit andere medische disciplines neergekeken werd op de zoekende psychiatrie. De behoefte om zich als harde wetenschap te bewijzen werd onweerstaanbaar. De biologische psychiatrie, die er vanuit gaat dat elke psychische stoornis een materiële veroorzaker heeft die in het brein aanwijsbaar is, sprong in dat gat. Die leek, met in het kielzog de DSM, de zekerheid te bieden die men zocht. De opluchting onder psychiatrische vakgenoten was groot, men telde weer mee als evidence based wetenschapper. Maar, zegt Van Os, het slaat nergens op want zulke één-op-één relaties tussen een breindeel en een stoornis zijn feitelijk nooit gevonden. Áls er relaties zijn tussen een stoornis en het brein kunnen die verspreid zijn over wel duizend genen. Psychiatrisch onderzoekers zijn door de knieën gegaan, ze hadden gewoon door moeten gaan met moeizaam analyseren, beschrijven en testen, aldus Van Os.
Voor wat betreft de therapeutische praktijk van het vak in de spreekkamer (of zoals Van Os bepleit: vooral ook daarbuiten): ook die is en blijft moeizaam. “Het is het relationele ploeteren van mens tot mens waar het om gaat”, zegt Van Os over de relatie behandelaar/patiënt. “En dan nog weet je het niet, het is onvoorspelbaar. Het is niet lineair”. Therapie is eigenlijk “heel erg op je handen gaan zitten”. Niet eenvoudig voor mensen met een opleiding tot arts.
Zie ook Genoeg verbinding.
Wil je commentaar geven of zien: klik op Op je handen zitten en scrol naar beneden door.










