Wat worden de banen en vaardigheden van de toekomst? In zijn boek Wat gaan mijn kinderen later doen? zegt Daniel Susskind dat door AI de veranderingen op de arbeidsmarkt zo snel gaan dat er eigenlijk geen toekomstbestendige banen en vaardigheden meer bestaan.
Wat kunnen we de kinderen dan wel adviseren? Susskind ziet de oplossing in diepe innerlijke drijfveren als gids bij de keuze voor werk, of eigenlijk de keuze voor een ‘werkdomein’. „Het gaat erom dat je het vermogen hebt om echte problemen in de samenleving te herkennen en te begrijpen, én dat je vertrouwd bent met de technologieën om ze op te lossen.” Met andere woorden: kies voor een vakgebied omdat de onderliggende problemen ervan je boeien, niet voor een traditionele functie – want hóe je die vervult, verandert waarschijnlijk. Dus: kies geneeskunde omdat je levens wilt verbeteren, rechten omdat je mensen wilt helpen hun rechten te begrijpen, niet omdat je zo graag pleitnota’s schrijft.
Dit kan betekenen dat allerlei tot nu toe geheide statussymbolen die verbonden zijn aan beroepen hun prestige en daarmee hun aantrekkingskracht verliezen. Denk aan de witte jas en de stethoscoop van de dokter, of de aktetassen en toga van de advocaat. Maar gaat dan niet snel de motivatie tot werken verloren, kun je je afvragen met de Franse filosoof René Girard. Volgens Girard hechten ambitie en bereidheid tot wedijveren met anderen zich vaak precies aan dat soort objecten. In de woorden van Girard-kenner Erik Buys: “Het gaat om het verwerven van het prestige dat aan het object verbonden is. Je wilt de ander overtreffen”.
Girard zegt er wel bij, aldus Buys, dat de gerichtheid op objecten minder materialistisch is dan we zouden kunnen denken, want onze begeerte is niet gericht op de fysieke kwaliteiten van het object. Waar we werkelijk naar verlangen, zegt Buys, is een identiteit. “Daarom noemt Girard de mimetische begeerte ook wel ‘metafysische’ begeerte, omdat die voorbijgaat aan het fysieke, het materiële. We willen iemand zijn die genoeg heeft aan zichzelf, niet afhankelijk is van anderen.”
Maar toch, bij Girard laat het belang van de wedijver om het bezit van objecten als motief voor het handelen van mensen zich niet uitvlakken. Is de benadrukking van een zuivere innerlijke motivatie niet een terugkeer naar de schöne Seelen-ideologie van het 19e eeuwse bourgeois humanisme? Misschien wel, maar als stabiel opgevatte objecten daar niet meer storend tussendoor kunnen komen, zou de authenticiteit een nieuwe kans kunnen krijgen. Nog wel met dank aan AI.
Wil je commentaar geven of zien: klik op Girard en AI en scrol naar beneden door.










