Wie enigszins verstand heeft van religieuze teksten weet dat daar weerzinwekkende passages in staan die oproepen tot opnemen van het zwaard, verovering van andermans territorium, en verdrijving van de bevolking of erger. Neem bijvoorbeeld voor mijn eigen, Joodse traditie de tekst van Deuteronomium 19 vers 1: “Wanneer de Eeuwige, uw God, de volken in het land dat hij u zal geven heeft uitgeroeid, en u hun land in bezit hebt genomen en in hun steden en hun huizen bent gaan wonen...”
Dergelijke teksten veroorzaken altijd ongemak als ze onderdeel vormen van de Torahoofdstukken die op sjabbat in sjoel gelezen worden. Maar tot nu toe lukte het mij aardig om ze te relativeren. Ik ben historicus genoeg om te weten dat in het Midden-Oosten van het millennium vóór het jaar nul het schering en inslag was dat machtige heersers territorium van andere volken veroverden en de bevolking uitroeiden of tot slaaf maakten. De Bijbel reflecteert de mores van zijn tijd, meer niet. Bovendien, en minstens zo belangrijk, dat soort praktijken vormen toch geen richtsnoer meer voor ons huidige handelen? Er staat toch een Chinese muur tussen die teksten en ons beschaafde hedendaagse handelen?
Maar die relativering valt me de laatste tijd moeilijker. Want de teksten over verovering en verdrijving van de bevolking vallen steeds meer samen met feitelijke praktijken van verovering en verdrijving, bijvoorbeeld door Joodse kolonisten op de Westbank. En die kolonisten zijn zelf de eersten die hun misdadige acties met de dubieuze teksten in verband brengen, zij beroepen zich openlijk op de betreffende Tora-verzen. Zijn die teksten wel zo onschuldig? Het ongemak dijt alleen maar uit.
Nu kun je, als je wilt, verder gaan met relativeren en zeggen: de bedoelde Torateksten reflecteren niet alleen de wereld van het millennium van voor de jaartelling, maar net zo goed de huidige geopolitieke gang van zaken. Zo gaat het nu eenmaal toe in de wereld. Xi knevelt de Oeigoeren, Poetin valt Oekraïne binnen, Trump zinspeelt op het uitroeien van een hele beschaving. Europa wordt opgeroepen wakker te worden uit zijn pacifistische slaap en over te gaan tot het bedrijven van aloude machtspolitiek, kortom (weer) dader te worden. Precies in lijn met die wereldwijsheid is de Joodse staat gebouwd op de ruïnes van Palestijnse huizen, een werkelijkheid waarover je niet moet zeuren.
Het boekje Een lied van leegte. Het verhaal van Chirbet Chiz’a van S. Yizhar over de verdrijving van de Palestijnen in 1948 beschrijft hoe dergelijke fatalistisch opvattingen en bijbehorend gedrag postvatten. “Als je het leest”, zegt Marjoleine de Vos, “ga je begrijpen hoe het kan dat soldaten zulke dingen doen. Deden. Altijd gedaan hebben en altijd zullen doen”. De Vos benadrukt dat voor Yizhar dit begrijpen niet hetzelfde is als goedpraten of rechtvaardigen. De kracht van het boekje zit er vooral in “dat je begrijpt wat het is om dader te zijn en dat je het kúnt zijn, ook al zie je heel goed hoe die mensen daar zitten, bijeen gedreven onder een boom, sommigen berustend, anderen bang of wanhopig”. Yizhar, aldus De Vos, beschrijft waarheid; en dat op sublieme wijze “met een kracht en een schoonheid vergelijkbaar met die van Vassili Grossman (Leven en Lot), maar dan heel beknopt”.
Misschien, denk ik, is dat ook de kracht van Bijbelteksten, ook de meest verschrikkelijke: ze zijn zo waar. Zonder dat ze voor goedpraten en rechtvaardiging gebruikt mogen worden. Dit inzicht maakt de kloof met het huidige Israël – waar die rechtvaardiging aan de orde van de dag is – groter, maar die met de Bijbelteksten niet per se. Want waar anders dan van de waarheid “kwam toch dat gevoel vandaan dat ik werd aangeklaagd?”, aldus Yizhar.
Wil je commentaar geven of zien: klik op Weerzinwekkend en scrol naar beneden door.










