zondag 2 augustus 2009

Orde


Het is vrij gebruikelijk in de Westerse traditie om de vita activa en de vita contemplativa te zien als ultieme tegenoverliggende polen van de mensenwereld. Vita activa staat dan voor de uitgaande beweging van de mens die de wereld ingaat ter ontginning en verovering; vita contemplativa voor de naar binnen gekeerde beweging van de mens, die de wereld met zijn geest beschouwt.

Maar de vraag is of die twee wel zover van elkaar verwijderd zijn. Zijn het niet twee kanten van dezelfde medaille? Die medaille heet dan: orde, of fascinatie voor orde.

Neem bijvoorbeeld de rol die de Benedictijner monniken in de loop van de eeuwen gespeeld hebben in West-Europa. Daarin blijken orde beleven (vita contemplativa) en orde scheppen (vita activa) in elkaars verlengde te liggen. En dan doel ik niet primair op het voorschrift van de Regel van Benedictus dat de monniken hun tijd moeten verdelen over gebed, studie en (handen)arbeid. Want met die arbeid lijkt vooral ambachtelijk of agrarisch werk bedoeld te worden dat keurig past binnen een geordend geheel. Het versterkt als zodanig eerder de contemplatie dan dat het orde op de wereld verovert.

Nee, dan doel ik op een verschijnsel dat je kunt beleven als je als Nederlandse vakantieganger naar Zuid-Frankrijk gaat en weer terugkomt. Je kunt dan constateren dat de Benedictijner beschavingsbrengers in die verschillende gebieden actief waren op geheel verschillende terreinen.

In Zuid-Frankrijk lag de nadruk inderdaad op agrarisch en ambachtelijk werk en op het kopiëren van heilige boeken. Werk dus met een vrij sterk contemplatief karakter.

In Nederland daarentegen hielden de monniken zich voor een groot deel bezig met (of werden beziggehouden door) de strijd tegen het water. De Benediktijnen van Egmond bijvoorbeeld legden dijken aan en polderden stukken land in. Dat lijkt mij bij uitstek te behoren tot de categorie ‘orde veroveren op chaos’, en daarmee tot de vita activa.

Maar al die monniken, in Zuid-Frankrijk zowel als in Nederland, behoorden tot dezelfde congregatie met dezelfde regel. Het bewaren en koesteren van orde, waar het zwaartepunt lag in het Christelijke hartland Frankrijk, kon dus naadloos overgaan in het scheppen van orde in de woestere randgebieden. Het is niet voor niets dat moderne managementboeken de Benedictijner praktijken hebben ontdekt als managementmodel: de fascinatie voor orde dringt ver de aardse wereld binnen en heeft daar ontginnende kracht.

Daarmee vormen in het Christendom vita activa en vita contemplativa dus niet het paar van ultieme tegengestelden dat er vaak in gezien wordt. Er is een verbindend element tussen die twee. Namelijk, de gedachte dat er een diepere, in feite objectieve, heilige orde in de wereld te vinden is. Die orde manifesteert zich in de diepte van studie en gebed, maar wordt ook weerspiegeld in de ordentelijkheid van droge en veilige stukken land. So wie so is orde van de laatste soort een voorwaarde voor het schouwen van de orde op een dieper niveau en zo verbindt zich de vita activa met de vita contemplativa.

Als vita activa en vita contemplativa inderdaad niet meer het ultieme paar van tegengestelde polen vormen, omdat ze beide gemotiveerd worden door het motief van orde, dan zou er een nieuw polenveld ontstaan. Dan wordt de ultieme tegenstelling eerder die tussen datgene wat zich binnen de orde bevindt en datgene wat de orde doorbreekt omdat het erbuiten valt.

Zie ook Bestemming bereikt en De dingen en de mensen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten