donderdag 2 augustus 2018

Integratie en dictatuur


Ik geloof Mesut Özil voor honderd procent als hij vertelt over subtiele en vernederende vormen van discriminatie waarmee een in Duitsland geboren Turk te maken krijgt, ook als hij een succesvolle voetballer is.

Ook voor in Nederland geboren Turken en Marokkanen geldt dat er, zo niet formele, dan toch allerlei informele onderscheidingsmechanismen werkzaam zijn waardoor je je afvraagt of je wel geaccepteerd bent. Om wanhopig van te worden.

Maar tegelijkertijd ben ik bang dat integratie zo werkt. Zelfs als je ervan uitgaat dat zowel de ontvangende als de ontvangen partij oprecht zijn in hun bedoelingen, dan nog neemt het gemakkelijk generaties in beslag voordat volledige integratie een feit is.

De indaling van het besef dat het dus weleens veel langer kan duren dan we in optimistische buien hopen kan leiden tot frustratie of overdreven aangezet cynisme. Ik denk dat dat met minister Blok aan de hand is geweest. Die heeft ooit gemeend, blijkens zijn toenmalige optreden als voorzitter van een Kamercommissie die zich boog over het succes van integratie, dat de integratie “geheel of gedeeltelijk geslaagd” was. Nu beschouwt hij de multiculturele samenleving in Nederland als mislukt, en in het algemeen als kansloos, vanwege de menselijke genen, waardoor we “geen binding kunnen aangaan met ons onbekende mensen”.

Ik stel me voor dat Bloks recente uitspraken voortkomen uit die frustratie, in combinatie met het publiek dat hij op 18 juli toesprak: een gezelschap van Nederlanders die werkzaam zijn bij internationale organisaties zoals de VN en hulporganisaties, en die hij waarschijnlijk heeft ingeschat als multiculti-ijveraars en naïeve optimisten. Zij moesten maar eens het lesje leren dat hij zelf gekregen had, en daarom confronteerde Blok hen met de harde realiteit.

Hoe het ook zij, langs twee verschillende wegen komen Özil en Blok tot dezelfde vaststelling, namelijk dat integratie nog niet zo simpel is als we dachten. Die vaststelling hoeft niet per se negatief te zijn. Ik zie iedere reality-check als winst, en die hoeft de inzet voor een gezamenlijke toekomst en integratie niet in de weg de staan. Integendeel, er kan nieuw elan uit voortkomen om te werken aan lotsverbondenheid.

Tegelijkertijd laat het zien dat het denken over integratie soms wel erg armoedig is. Aan de kant van Blok constateer ik dat hij, als integratie taaier is dan gedacht, terugvalt op gemakzuchtig cynisme, en de onmogelijkheid proclameert van integratie op grond van ons biologische gestel.

Aan de kant van Özil constateer ik gedachtearmoede wanneer hij geslaagde integratie afmeet aan de acceptatie van zijn enthousiaste omhelzing van een dictator. Dan maak je het wel erg lastig. Want van die omhelzing kan voor westerlingen alleen maar dreiging uitgaan, dat hoor je te begrijpen.

Mijn stelling is dat die dreiging niet uitgaat van djellaba’s of hoofddoeken op zichzelf – wat je zou kunnen denken als je somber bent over integratie omdat mensen vreemd zijn voor elkaar. Ik denk dat Duitsers en Nederlanders over die dingen op zichzelf niet zo moeilijk doen. En als er tóch van een hoofddoek of djellaba dreiging uitgaat, dan is het die van een achterliggende dictator.

Dat onderscheid moeten Blok en Özil en wij allemaal dus blijven maken. Dat is wezenlijk voor het succes van onze integratie.

Zie ook Eigenaardigheden en Met en zonder hoofddoek

1 opmerking:

  1. Beste Noud,
    Weer een prachtig stuk over voetballers en ministers. Knap hoe je je gedachten weer onder woorden bracht.
    Ik kan je gedachte geheel volgen en denk dat het (in ieder geval een deel van) de waarheid is.
    Maar op een punt beschrijf je iets niet, althans ga je niet op in: daar waar Blok het over genetisch bepaald gedrag heeft. Je noemt het zelf “biologisch gestel”, dat klinkt wat milder, maar betekent feitelijk hetzelfde. En ik maak dan ook maar de link tussen genetisch/biologisch en “ras” en dan snap je wel wat ik bedoel. Daarom vind ik Bloks woorden potentieel gevaarlijker en een gevaarlijker gedachtengoed dan jij het hier lijkt te interpreteren. Want als wij integratie niet zouden kunnen accepteren omdat onze genen dat verhinderen, betekent dat dan a) we er niets aan kunnen doen en b) het misschien wel een genetisch bepaald verdedigingsmechanisme zou kunnen zijn tegen inferieure rassen?

    BeantwoordenVerwijderen