maandag 26 januari 2009

Iets kleins


De workshop Denken voor een ander onderzoekt wat er gebeurt als de ene mens denkt voor de andere mens, die ander dat niet leuk vindt en de denker zich dan plotseling schaamt. Het is alsof hij een grens van die ander heeft overschreden.

Soms, nadat deelnemers aan de workshop twee uur lang intensief gesproken hebben over dat verschijnsel ‘denkschaamte’, dan merken ze op: “Maar het is wel iets heel kleins hè?”

Dat klopt, we hebben het dan gehad over confrontaties van vaak niet langer dan een split second, tussen niet meer dan twee mensen, en vaak ook nog naar aanleiding van iets ogenschijnlijk onbenulligs. De grensoverschrijding die het denken voor een ander met zich mee kan brengen is namelijk op die momenten het heftigste voelbaar. Als de denker aan het gezicht van zijn gesprekspartner ziet: nu ga ik te ver, terwijl ik het zo goed bedoel – dan slaat de denkschaamte indringend toe.

En dat maakt het kleine meteen heel krachtig. Daar gebeurt ook filosofisch gezien iets heel belangrijks: het denken – juist ook het goedbedoelende, euforische denken – maakt kennelijk brokken. En het denken komt daar niet zelf achter, maar heeft kennelijk iets van buiten nodig om zich daarvan bewust te worden. De autonomie waar we zo graag in geloven redt het niet zonder heteronome momenten.

Hoe groot dit thema dan onmiddellijk wordt kan blijken uit de politieke geschiedenis van de twintigste eeuw. Met name de ontwikkelingen binnen de verschillende communistische experimenten geven te denken. Goede bedoelingen kunnen de oorspronkelijke communistische voortrekkers niet ontzegd worden, en denkkracht ook niet. Maar tegelijkertijd is afschuwelijk duidelijk geworden dat het ongecorrigeerde geloof in eigen denkkracht en in de eigen definitie van de wereld monsters baart. Ook al heb je met iedereen het beste voor. Als de corrigerende kracht van dissidenten wordt genegeerd of uitgeschakeld toont het denken zijn gewelddadige kant.

Verwaarlozing van de denkschaamte is dus levensgevaarlijk. Levinas heeft er zijn levenswerk van gemaakt om te wijzen op dat gevaar. Hij benadrukte het gewelddadige karakter van het denken en plaatste de corrigerende kracht van de denkschaamte daartegenover. Voor hem waren het grote van de twintigste-eeuwse politieke verschrikkingen en de ontkenning van het kleine alledaagse verschijnsel denkschaamte regelrecht met elkaar verbonden.

Zie ook Voor en tegen schaamte, Gewaagd en Eigenzinnig

vrijdag 16 januari 2009

Bos, Balkenende en Calvijn


Waarom stelt Balkenende zich zo onwrikbaar op in de kwestie Irak? Hij is en blijft vierkant gekeerd tegen een nader onderzoek naar de wijze waarop Nederland zich aansloot bij de oorlog van Bush tegen Saddam Hoessein. Dit in onderscheid tot Wouter Bos die heeft aangegeven de waarde van een dergelijk onderzoek wel in te zien.

Wat maakt dat die twee mannen zich zo verschillend opstellen?

Allereerst is er natuurlijk het gegeven dat Balkenende ten tijde van de Irak-beslissing in de regering zat en Bos in de oppositie. Dat verklaart eigenlijk al genoeg.

Maar er is meer over te zeggen en dat meer heeft te maken met een stijl van denken en optreden. Balkenende houdt ervan pal te staan voor dingen, daadkracht te tonen. Hij is zo iemand die er nog een eer in stelt een ‘jongen van sta-vast’ te zijn.

En ik moet zeggen, er gaat onmiskenbaar een bepaalde kracht uit van een dergelijke stijl. Balkenende laat zich zelden van de wijs brengen, heeft altijd heldere opvattingen over wat er gebeuren moet en ontleent daar de nodige slagkracht aan.

Toch neem ik hem maar half serieus. Want die daadkrachtige stijl kost ook wat. Die bereikt hij door de werkelijkheid – soms ontoelaatbaar – te versimpelen. Dit komt vooral naar voren in zijn omgang met geschiedenis, cultuur en literatuur. De complexiteit van de werkelijkheid die daarin ligt opgestapeld doet hij geen recht. Hij is geneigd daar ideologie van te maken.

Zijn oproep tot het doen herleven van de VOC-mentaliteit is daar een voorbeeld van. Maar ook zijn recente afschildering in Trouw van Calvijn als politieke vernieuwer is simplistisch. In een weerwoord wijst de historicus Slechte erop dat de erfenis van Calvijn te mooi wordt voorgesteld. Binnenkerkelijk heeft hij waarschijnlijk inderdaad bijgedragen aan modernisering en democratisering maar de uitbreiding van die bijdrage naar het politieke vlak is te kort door de bocht.

En in de NRC werd Balkenende betrapt op het naar zijn hand zetten van het boek Karakter van Bordewijk. Door dit boek op te vatten als een pleidooi voor het vermogen om door te zetten (slechts afgaand op de titel?) geeft hij volgens Christiaan Weijts te kennen niets gesnapt te hebben van de roman die daar nu juist een lange neus naar trekt.

Nee, dan heb ik toch liever Wouter Bos. Die vind ik pas echt modern, namelijk in de manier waarop hij twijfel toelaat. Bijvoorbeeld over de koers van een sociaal-democratische partij in deze tijd of over de besluitvorming aangaande Irak. Op het gevaar af dat hij als draaikont wordt weggezet, toont hij wat het betekent om daadwerkelijk kritisch (zelf)onderzoek te doen. En dat dat, waar nodig, best met de vereiste slagkracht gepaard kan gaan, heeft hij laten zien in zijn optreden tijdens de kredietcrisis.

Sommige politieke commentatoren wijzen graag op de gelijksoortige calvinistische achtergrond van Bos en Balkenende. Maar Bos is natuurlijk al lang geen calvinist meer. Dat zou kunnen verklaren waarom zijn moderniteit zo veel prettiger is dan die van Calvijn en Balkenende.

Zie ook Calvinist, Vooruit, vooruit en Kunnen wij het CDA wel missen?

vrijdag 9 januari 2009

Te dom



























Waarom stopt Israël niet met dat afschuwelijke geweld?
Omdat Hamas raketten blijft afvuren.

Waarom stopt Hamas niet met het afvuren van raketten?
Omdat Israël Gaza op slot houdt.

Waarom houdt Israël Gaza op slot?
Omdat Hamas anders wapens smokkelt om Israël mee aan te vallen.

Waarom stopt Hamas niet met aanvallen op Israël?
Omdat Hamas zich vernederd voelt door het bestaan van Israël.

Ik snap best dat we hier niet uitkomen.

Maar waarom beschermt Israël in Hebron een groep van 500 kolonisten temidden van 170.000 Palestijnen?

En waarom gebruikt Hamas kinderen als menselijk schild?

Of in omgekeerde volgorde.

Dat snap ik echt niet.


Zie ook De man van hoger honing en Stappen

zaterdag 3 januari 2009

Go with the flow


Mag ik die uitdrukking eens heel onorthodox gebruiken?
Want, normaal gebruikt, is er voor die neiging om met de stroom mee te bewegen nauwelijks aansporing nodig. Dat bleek wel tijdens het jarenlange feestje van de banken en andere kredietverstrekkers. Ja, misschien deden bonussen en mistige verpakkingen het nodige werk, maar dat maakte allemaal onderdeel uit van de flow.

Het probleem begint als die flow op de rotsen te pletter loopt. Dan komen er oproepen in de richting van zelfbeheersing. We zouden een stap terug moeten doen en ons moeten spiegelen aan de natuur. Peter Robertson houdt ons in de NRC de wijsheid voor van een appelboom die rijke vrucht kan dragen maar daarna weer een jaar rust neemt. Dat zouden wij ook moeten doen. Maar Robertson acht zelf zo’n oproep niet erg kansrijk want, zo zegt hij, mensen zijn niet geprogrammeerd om succes te wantrouwen. En Arie van der Zwan pleit voor een gekortwiekt kapitalisme, maar hij vraagt zich tegelijkertijd af of daar genoeg dynamiek vanuit kan gaan en of het voldoende adrenaline genereert.

Het probleem met oproepen tot matigheid is kennelijk dat matiging aanvoelt als iets tegennnatuurlijks. Die pleidooien kunnen net zo krachteloos en futiel blijken te zijn als de oproepen van de paus om af te zien van sex voor het huwelijk of om geld als een illusie te beschouwen. En uiteindelijk zal die opgelegde matiging, net zoals veel afvalpogingen, kunnen leiden tot een jojo-effect: zodra de conjunctuur het toelaat gaan alle remmen weer los. Dan is er geen enkel duurzaam resultaat behaald.

Je gaat met zulke oproepen kennelijk te zeer in tegen de flow. Het lijkt wel natuurlijk te zijn voor de mens om zich juist níet aan de begrenzingen van de natuur te houden. Dat geldt voor vrijen, geld verdienen, dingen uitvinden en andere menselijke aangelegenheden. Dat is de mens-eigen, dus mens-natuurlijke flow. Daar moet je niet tegenin willen gaan.

Nu denk ik dat dat ook maar beperkt nodig is, want er blijken ook mens-eigen grenzen aan de groei en de flow te zijn. Die zijn gelegen in de schaamte die we kunnen voelen als we grenzen van anderen overschrijden, zichtbaar door het verdriet en de kwetsuur die zo’n ander op dat moment toont. De dan gevoelde schaamte blijkt ons – meer dan moralistische verhalen over maat en de natuurlijke orde – terug te fluiten en kan ons, ondanks onszelf, een stap terug doen zetten.

Mijn – en Levinas’ – stelling is dat dit verschijnsel zich gewoon voordoet in de werkelijkheid. We hoeven dus geen halsbrekende, als tegennatuurlijk aanvoelende, zelfbeperkende toeren uit te halen om onszelf tot de orde te roepen. Als we oog hebben voor wat we aanrichten bij anderen kan dat als vanzelf gaan. Dat is ook een flow to go with. Maar dan zullen we dit alledaagse verschijnsel wel eerst wat beter moeten leren kennen. Door er over te praten, bijvoorbeeld wanneer het zich voordoet.