maandag 24 januari 2022

Een gevalletje denkschaamte?


Na vijftig minuten onthullingen in het programma BOOS over grensoverschrijdend gedrag bij The Voice kwam John de Mol aan het woord. Zijn reactie werd gevraagd op de serie ongewenste intimiteiten die zojuist de revue hadden gepasseerd en die onder zijn eindverantwoordelijkheid plaatsvonden.

De Mol vertelde dat hij behoorlijk in de war was van wat hij had gezien. Wel heeft zijn  organisatie voldoende loketten om misstanden te melden. Maar “het is, denk ik, algemeen bekend dat, in veel bredere context, mensen blijken, vrouwen blijken moeite te hebben om aangiftes te doen van grensoverschrijdend gedrag en aanrandingen. Maar als niemand wat zegt, dan kunnen wij niks doen en ik vind het te mákkelijk (met nadruk) om dan te zeggen, ja niemand durft wat te zeggen omdat er een angstcultuur is”.

De volgende dag plaatsten vrouwelijke Talpa medewerkers in het AD een advertentie met de tekst ‘John, het ligt niet aan de vrouwen’. Daarop verklaarde De Mol zich “rot geschrokken” te zijn van alle reacties op de uitzending van BOOS en zijn optreden. Hij is in gesprek gegaan met vrouwen in zijn bedrijf. “Ik snapte werkelijk niet waarom vrouwen boos zijn over mijn woorden in plaats van op de daders van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ik heb vooral geluisterd en begrijp nu dat, in tegenstelling tot mijn goede intentie, ik voorbijgegaan ben aan het feit dat ik daarmee volledig onbedoeld de indruk heb gewekt de schuld bij vrouwen neer te leggen.”

Voor mij, als onderzoeker van het verschijnsel denkschaamte, is de vraag interessant of denkschaamte in deze nationale rel aan de orde is. In eerste instantie is er weinig aanleiding voor die gedachte, want De Mol gebruikt het woord schaamte niet, laat staan het woord denkschaamte. Hij was in de war en is zich daarna nog eens rot geschrokken. En of er schaamte aan de orde is kan toch alleen de persoon zeggen die het al dan niet heeft.

Toch houd ik mijn vraag nog even vast, al was het maar omdat de casus De Mol een aantal ingrediënten bevat die ook bij denkschaamte optreden, waardoor dat verschijnsel verhelderd kan worden, ook al zou De Mol geen denkschaamte vertonen.

Denkschaamte kan omschreven worden als de verlegenheid over je eigen denken, ook al was dat denken alleen maar oprecht goed bedoeld. Het kan optreden wanneer, ondanks jouw goede intenties, en volledig tegen je verwachtingen in, de ander juist doodongelukkig blijkt te worden van jouw goedbedoelde ideeën. Het heilige geloof in je eigen ideeën en ordeningen blijkt toch niet zo weldadig te zijn. Als dan het besef doordringt: ‘Oef, ik bedoel het goed maar ik loop over anderen heen’ kan een soort existentiële verlegenheid toeslaan die maakt dat je even stopt met denken en alleen nog maar luistert naar die anderen.

Het ingrediënt van de goede ideeën en goede intenties is ruim aanwezig in het verhaal van De Mol. Hij had goed nagedacht, en over de hele breedte van zijn bedrijf waren protocollen en procedures ingericht voor het aankaarten van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als onweerlegbaar logisch sluitstuk is er de oproep aan slachtoffers om zich te melden; spreken over angstcultuur is ‘te gemakkelijk’ binnen die logica. 

Dat het bij De Mol ging om een oprecht heilig geloof in zijn eigen logica, het tweede ingrediënt voorafgaand aan het optreden van denkschaamte, zou afgeleid kunnen worden uit de schok (hij is zich “rot geschrokken”) door de boze reacties op zijn woorden. “Ik snapte werkelijk niet” hoe je boos kon worden om mijn redenering, daar is toch geen speld tussen te krijgen?

Zoals gezegd, over het derde ingrediënt wat dan volgt, namelijk: de existentiële verlegenheid met het eigen denken, ofwel: de denkschaamte zelf, hebben we geen uitsluitsel, want daar spreekt De Mol niet over. Wel over het vierde ingrediënt, namelijk dat je even stopt met denken; in de woorden van De Mol: “Ik heb vooral geluisterd”.

Al met al toch een mooie score ter verheldering van de context van het verschijnsel denkschaamte, ook al ontbreken indicaties over het optreden van het kerningrediënt zelf. Dat is een belangrijke omissie want nu weten we nóg niet in hoeverre de laatste uitlatingen van De Mol voortkwamen uit een innerlijke geraaktheid of uit de zoveelste PR strategie.

Zie ook Intimidatie, Nationale denkschaamte en Levinas en politiek

Wil je commentaar geven of zien: klik op Een gevalletje denkschaamte? en scrol naar beneden door.

woensdag 12 januari 2022

Ook hygge kent zijn grenzen


De verleiding ken ik wel. Van een gemoedelijk leven in een overzichtelijke bubbel, waar mensen over het algemeen vriendelijk zijn voor elkaar en de grote wereldproblemen ver weg. Het belang daarvan wordt weleens onderschat in een globaliserende wereld waarin een kosmopolitisch uitzwerven over de aardbol als hoogste goed wordt gezien. Laat de gezellige naar-binnen-gekeerdheid dan maar wat chauvinistisch zijn, dat heeft niet te versmaden aangename kanten.

Maar de Denen gaan daarin nu te ver. Als je omwille van de gemoedelijke sfeer in huis en op straat – ‘hygge’ in het Deens – Syrische vluchtelingen terugstuurt naar Damascus, met een reëel risico op arrestatie en marteling, dan ligt de balans verkeerd. En dat is wat er momenteel in Denemarken gebeurt met Syrische vluchtelingen die ze in 2015 hebben opgenomen.

De Deense regering streeft sinds 2016 expliciet naar ‘nul asielzoekers’. In dat kader besloot Denemarken in 2019 dat Damascus en omstreken als veilig gebied kan worden beschouwd. De verblijfsvergunningen van ongeveer 1250 Syriërs die uit dat gebied komen worden daarom opnieuw beoordeeld. Dit ondanks rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch, die stellen dat tientallen vluchtelingen die terugkeerden naar Syrisch regeringsgebied onmiddellijk werden opgepakt en gemarteld. Bij sommigen met de dood tot gevolg.

Ik ben niet voor het onbeperkt toelaten van asielzoekers; het mensenrechtendiscours kent wat mij betreft zijn grenzen. Maar dat geldt ook voor het gezelligheidsbeleid à la Denemarken, ook al maakt dat onder de noemer van hygge – te vertalen als sfeer, gezelligheid, comfort en warmte – kans op erkenning als Unesco immaterieel erfgoed.

Zie ook Met universele waarden kom je niet ver

Wil je commentaar geven of zien: klik op Ook hygge kent zijn grenzen en scrol naar beneden door.

vrijdag 7 januari 2022

Van mineur en majeur


Tijdens een lezing vertelde musicoloog Niels Falch laatst over de vruchtbare verbinding tussen Jiddische liedjes en Amerikaanse populaire muziek. Daarover gaat zijn dissertatie From Oy to Joy: Jewish Musical Style in American Popular Songs, 1892-1945

Falch beschrijft in het boek, en vertelde in zijn lezing, hoe onder de handen van de vele Joodse immigranten die eind 19e, begin 20e eeuw als zangers en acteurs in de Amerikaanse entertainmentbusiness gingen werken een mengvorm tot stand kwam van Joods-Amerikaanse liedjes. Dat mengsel ontwikkelde zich tot een eigen genre waarbij je kunt denken aan hits als Bei Mir Bist Du Schön, Blue Skie, Donna Donna, I Love You Much Too Much, My Heart Belongs to Daddy en Summertime. Daar horen de namen bij van componisten als Harold Arlen, Irving Berlin, George Gershwin en Jerome Kern.

Als algemene kenmerken van dit genre noemde Falch onder andere de koppeling van een mineur toonsoort (vaak aan het begin van een liedje) aan majeur (om mee te eindigen). En parallel daaraan de opening van een liedje met een vraag, en vervolgens de afsluiting ervan met een stellige uitroep of vreugdevolle kreet. Vandaar: van Oy naar Joy, van Oost-Europees geploeter naar de Amerikaanse droom.

Die liefde voor het stellen van vragen gaat inderdaad ver terug en zit diep verworteld in de Joodse traditie. In zijn onlangs verschenen bijdrage in Mededelingen van de Levinas Studiekring laat filosoof Joachim Duyndam dit zien aan de hand van een discussie in de Talmoed tussen de rabbijnen Joshua en Eliëzer over de aard van de Messias die ze verwachten. Duyndam karakteriseert de discussie als dialogisch, in die zin dat uitspraken die ze doen niet als stelligheden worden gebracht. 

Duyndam: “In de uitspraken van rabbi Joshua wordt het zichzelf bevestigende element uitgesteld, waardoor de uitspraak een ‘onvolledige’, onzelfgenoegzame bewering blijft, en om een aanvullende bevestiging van elders vraagt, namelijk van rabbi Eliezer…De onzelfgenoegzame antwoorden van rabbi Joshua en rabbi Eliezer aan elkaar zijn geen geharnaste beweringen – geharnast door impliciete zelfbevestiging – maar zij hebben eigenlijk een (impliciet) vraagkarakter.” In de trant van en ‘is het wel zo als ik het geformuleerd heb?’ of ‘wanneer en waarom is dat zo?’.

Zijn de zelfgenoegzame, in Amerikaans-stellige stijl gebrachte uitroepen aan het einde van de songs dan een teloorgang van een manier van praten die meer dimensies kent en meer open houdt? Zolang het in de songs gaat om een combinatie van mineur en majeur en van uitroepen en vragen zit het wel goed, denk ik. Tegen de tijd dat je alleen nog de oneliners van Trump overhoudt zit je definitief verkeerd.


Wil je commentaar geven of zien: klik op Van mineur en majeur en scrol naar beneden door.

dinsdag 28 december 2021

Een knap staaltje samenzweren


Voor een complot is het wel heel knap uitgewerkt wat er nu gebeurt. De coronamoeheid heeft over de hele wereld al grote hoogtes bereikt, en dan laten de listige samenzweerders plotseling een nieuwe variant opduiken in Zuid-Afrika, de omikron. 

Ze zetten één kenmerk daarvan al direct stevig aan: de grote besmettelijkheid, groter dan welke andere variant dan ook tot nu toe. Paniek gegarandeerd. Maar de complotberamers bouwen ook een onzekerheid in, namelijk over de ernst van de omikronbesmetting. Ze geven alle onderzoeksinstituten, die van Zuid-Afrika tot en met Amerika, van het RIVM tot en met  de overige Europese gezondheidsinstellingen, de instructie dat ze voorlopig nog niks kunnen zeggen over de ernst. Daardoor blijft de spanning er lekker lang in, de run op vaccins neemt toe, de ontregeling wordt maximaal.

En het werkt! De onderzoeksinstellingen kwijten zich voorbeeldig van hun taak: soms constateren ze ernstige impact, dan lijkt het weer mee te vallen; in ieder geval houden ze ons al weken op professionele wijze in onzekerheid. Dit alles is een weergaloos staaltje organisatiekunst. Van wie ook weer? Ja, Bill Gates, of Hillary Clinton of het pedofielennetwerk.

Het zal duidelijk zijn dat ik die complottheorie niet overtuigend vind. Wel til ik zwaar aan het schaamteloze reilen en zeilen van farmaceutische multinationals als Pfizer en Moderna. Die spinnen voor miljarden garen bij de covid-uitbraken, ook als dat puur natuurlijke uitbraken zijn. Ze laten het armlastige, grootste deel van de wereld aan hun lot over.

Die multinationals hebben daar geen complot voor nodig. De neoliberale spelregels die we met zijn allen hebben opgetuigd en de terughoudendheid van overheden zijn voldoende om dit te faciliteren.

Zie ook Joden zijn geen virussen en virussen zijn geen Joden en Levinas en scepsis

Wil je commentaar geven of zien: klik op Een knap staaltje samenzweren en scrol naar beneden door.

donderdag 16 december 2021

Abstract idealisme


Ik heb weinig met migratieoptimisten zoals Leo Lucassen of Lisa-Marie Komp, die in de media regelmatig pleiten voor ongelimiteerde opvang van migranten en niet geloven in zoiets als ‘een aanzuigende werking’ bij het openzetten van grenzen.

In de eerste plaats vind ik ze niet consistent. Ze zeggen dat het niet meer dan logisch is dat mensen weg willen uit plaatsen waar ze weinig kansen hebben, naar landen met meer welvaart en betere perspectieven. Dat is altijd zo geweest, zeggen Lucassen en Komp, daar is niets bijzonders aan. Ik denk dat ze daar gelijk in hebben, en ook dat het heel begrijpelijk is dat mensen hier naar toe willen. Zeker in tijden van mobieltjes die dagelijks aan iedereen tonen hoe goed wij het hier hebben. Maar dat is zo’n beetje de definitie van aanzuigende werking, dus te ontkennen dat die werking er is vind ik raar en inconsistent.

Verder zeggen de migratieoptimisten dat wij in het Westen makkelijk iedereen op kunnen vangen die hier naar toe wil. De Potential Net Migration Index van de Amerikaanse opiniepeiler Gallup heeft berekend dat, als elke wereldburger die dat wil ook daadwerkelijk zou migreren naar een land naar keuze, de Nederlandse bevolking zou groeien met 29 procent, de Britse met 37 procent en de Duitse met 45 procent. Het droge commentaar van Trouw bij deze cijfers is dat voor zo’n volksverhuizing in rijke landen weinig steun bestaat.

Dat kun je wel zeggen, ja. De werkelijke migratiecijfers zijn onvergelijkelijk veel lager, maar creëren nu al maatschappelijke wrijving. Ik vind zelf dat Nederland, gegeven de spanningen die het oproept, de integratie van nieuwkomers behoorlijk goed verzorgt. Maar als je beweert dat er zonder problemen nog veel meer mogelijk is, dan ben je blind voor de sociaal-emotionele effecten die zo’n maatschappelijk integratieopgave met zich meebrengt.

Het overkoepelende bezwaar dat ik heb tegen redeneringen als die van Lucassen en Komp betreft de abstractheid van hun denken. Mensenrechten – en die omvatten in hun visie het recht op migratie – zijn voor hen absoluut, en als de absoluutheid van die rechten eenmaal is vastgesteld, zijn overwegingen van haalbaarheid, sociaal-maatschappelijke wrijvingen, en historische verbanden niet relevant meer. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Voor een visie op mensenrechten die van meer werkelijkheidszin getuigt zoek ik liever aansluiting bij Hannah Arendt. Haar kanttekeningen bij de mensenrechtenverklaringen uit de jaren vijftig blijven onverminderd relevant.

Zie ook Iedereen helpen? Dat verlamt

Wil je commentaar geven of zien: klik op Abstract idealisme en scrol naar beneden door.

vrijdag 10 december 2021

Communicatie als gegarandeerd product


“We proberen mensen steeds opnieuw te overtuigen van het belang van de naleving van de basisregels, maar blijkbaar slagen we, ook ikzelf, er steeds minder goed in dat verhaal over het voetlicht te brengen. En dat reken ik mezelf aan. We zullen dit beter moeten doen.” Aldus Mark Rutte op de persconferentie van 27 november.

“Dat reken ik mezelf aan”, wat voor gedachte gaat achter die uitspraak schuil? Daar zit de opvatting achter van communicatie als het simpelweg overdragen van een pakketje informatie en kennis van de zender naar de toehoorder. Als daar iets misgaat, is het idee, dan heb je van de overdracht gewoon te weinig werk gemaakt. Want in principe is het goed te doen: het is niks anders dan het vinden van de goede brievenbus en het pakketje erin duwen. Zoals ook het ‘sensibiliseren’ van Pieter Omtzigt in principe werd opgevat als een technische kwestie. Niet heel veel anders, trouwens, dan wat de vele reclamedoorduwstemmen om ons heen voortdurend suggereren.

Deze enge opvatting van menselijke communicatie lijkt parallel te lopen met een tot nu toe gangbare opvatting over het gedrag van computers: als je die maar voedt met voldoende data komt er, mede door de zelflerende algoritmes, altijd een wenselijk resultaat uit. Door allerlei recente onthullingen, onder andere van de ontsporing van de Belastingdienst in haar jacht op mensen met lage inkomens, begint dit informaticadogma zijn geloofwaardigheid te verliezen. Ieder zenden vindt, daar komen informatici nu achter, kennelijk plaats in een van waarden en ethische vragen gevulde ruimte. Ook informatici ontkomen er niet meer aan daarover na te denken.

Als de simplistische, lineaire opvatting van communicatie in de informatica al slecht uitpakt, hoeveel ingewikkelder moet de communicatie tussen mensen dan wel niet zijn? Met pakketten van waarden en ethische vragen die niet, zoals in de informatica, alleen aan de kant van de zender te vinden zijn. De computer als ontvanger heeft daar immers geen last van. Maar de aangesproken mens als ontvanger des te meer. Dan zul je toch per definitie in je communicatie er rekening mee moeten houden dat de aangesproken ander misschien wel écht heel anders is dan jij kunt verzinnen. Gegarandeerd succesvolle communicatie is dan ondenkbaar.

Het blijft curieus dat veel van onze publieke en commerciële, en misschien ook wel interpersoonlijke, communicatie op die gedachte van gegarandeerd communicatiesucces gebaseerd is. Dat is ook filosofisch interessant: alsof er maar één uiteindelijke waarheid of set van waarden is, die dus ook voor iedereen geldt en vroeg of laat voor iedereen helder kan worden. Sinds de dagen van Socrates is dat in feite een westers uitgangspunt. De gedachte van fundamentele pluraliteit en verschillen tussen mensen krijgt daar ten enenmale geen kans. De vraag ‘Zou een ander ook iets ánders kunnen denken of menen , jouw opvatting niet delen?’ verdwijnt uit het zicht.

Een andere situatie doet zich voor als de regering van een land oordeelt dat de toestand in het land, bijvoorbeeld door oorlog of pandemie, zo ernstig is dat het algemeen belang vereist dat met bepaalde opvattingen of sets van waarden tijdelijk geen rekening wordt gehouden. Dan roep je de noodtoestand uit. Maar die moet vooral niet verward worden met goede communicatie, denk niet dat je het dan collectief eens bent of iedereen kunt overtuigen. 

Daarom moeten we zuinig zijn met het uitroepen van de noodtoestand. Het is niet voor niks dat dictators en controlegerichte managers daar dol op zijn. En ja, Rutte en De Jonge zullen ondertussen moeten voortmodderen en echt niet iedereen bereiken.

Zie ook Communicatie is een waagstuk

Wil je commentaar geven of zien: klik op Communicatie als gegarandeerd product en scrol naar beneden door.

donderdag 25 november 2021

Kitsch is al best oud


Bij ons om de hoek bevindt zich het nieuw opgezette stadscentrum van Zaandam. Ook wel aangeduid als ‘Disneyland Zaandam’ of ‘het grootste neokitsch project na Las Vegas’ vanwege de vele nieuw geconstrueerde Zaanse geveltjes in alle tinten groen en Monet-blauw. 

Is er iets mis met mijn goede smaak, dat ik toch iedere keer weer geniet van de bonte gevelvariëteiten en slingerende fietspaden?

Misschien wel, maar dat komt ook omdat we in het Westen al sinds de 19e eeuw gewend zijn om te genieten van neparchitectuur. Denk aan de zogenaamde vakwerkhuizen aan de Amsterdamse Ceintuurbaan met hun knusse erkers en aan de vele gipsen engelenhoofdjes uit die tijd. En wat is het Concertgebouw anders dan een verzameling van nepbarokke, nepklassieke en neprenaissance ornamenten? 

Ik heb dus geleerd ervan te genieten, want hoe dan ook schept die ambiance een leuke sfeer, ik vind het wel gezellig. Mijn Zaanse plezier verschilt daar niet wezenlijk van, waarschijnlijk omdat het zorgvuldig vermijden van bruut modernistische vormentaal aanvoelt als een sympathiek gebaar van warmte.

Zie ook Ontzettend fout

Wil je commentaar geven of zien: klik op Kitsch is al best oud en scrol naar beneden door.

vrijdag 19 november 2021

Mixed blessings


De lezing in de synagoge van deze week is onderdeel van de verhalen over Jacob, en die verhalen zitten vol  paradoxen. Een daarvan betreft de uitkomst van de nachtelijke worsteling van Jacob met een geheimzinnige ander bij Pniël. Die uitkomst is bijna letterlijk een mixed blessing. Jacob krijgt na de worsteling de zegen, maar hij loopt sindsdien wel mank.

Die paradox staat wat mij betreft model voor een andere paradox die – maar dan als een soort permanente achtergrond – volop aanwezig is in eigenlijk alle hoofdstukken vanaf Jacobs geboorte tot aan zijn terugkeer in Kenaän. Het is de paradox dat we lezen over een listige bedrieger, maar wel een die onze aartsvader wordt, en die via de naam Israël de belichaming is van het Joodse volk. 

Het is beslist onderhoudend om te lezen over de manier waarop Jacob zijn broer Esau en zijn vader Isaak voor de gek houdt met het eerstgeboorterecht en de aartsvaderlijke zegen, en hoe hij zijn neef Laban betaald zet door hem op een listige manier bokken en geiten te ontfutselen. Maar de niet te missen vertwijfelde subtekst die daar onderdoor loopt is de vraag: en deze man is voor ons een baken van oriëntatie en levensvisie? Zo’n aartsvader moet toch een voorbeeldfunctie hebben?

Althans, voor de lezers is dat een doorlopende vraag, de Tora zelf lijkt er nauwelijks mee te zitten, die vertelt onverbloemd de ene intrige na de andere. Maar al bij de oudste commentaren op de Tora lijkt de vraag een rol te spelen of het wel door de beugel kan wat Jacob uitspookt. Het mooie is dat ook die commentaren niets verhullen, ze noemen alles bij de naam. 

Maar ze kwalificeren de bedriegerij wel als probleem. De midrasjverzameling Beresjiet Raba vertelt bijvoorbeeld naar aanleiding van de eerste keer dat Jacob met Lea mocht slapen: “In de morgen, zie het was Lea. Hij zei tegen haar: ‘Bedrieger, dochter van een bedrieger, noemde ik jou vannacht niet Rachel en jij gaf mij antwoord?’ Zij antwoordde: ‘Is er een leraar zonder leerlingen? Noemde je vader jou niet Esau en jij gaf hem antwoord?’”

Latere rabbijnse commentaren praten de bedriegerij liever weg. Sommige, zegt Nechama Leibowitz, hebben geprobeerd een rechtvaardiging te zoeken of op zijn minst verzachtende omstandigheden te vinden voor schandelijk gedrag. Andere hebben geprobeerd zich in te leven en er zo nog íets van te begrijpen. 

Die commentaren doen bijvoorbeeld, op nogal geforceerde wijze, moeite om Esau zwart te maken, zodat Jacob in contrast daarmee in een gunstiger daglicht komt te staan. Zo legt de Middeleeuwse commentator Rasji de omschrijving van Esau als ‘uitstekende jager’ uit als zou hij een vlotte prater zijn die anderen bedriegt, vooral zijn vader Isaak. Daarmee rechtvaardigt Rasji Jacobs diefstal van Esau’s geboorterecht en zegen. Nog eeuwen lang bleven de rabbijnen Esau verder in diskrediet brengen door hem te associëren met Rome, de spreekwoordelijke vijand van het Joodse volk.

Weer latere, maar nu humanistisch geschoolde, Joodse commentatoren wijzen uiteraard de verbloemende goedpraterij van de middeleeuwse rabbijnen af, maar benadrukken het groeipad dat Jacob als mens doorloopt. Zo bijvoorbeeld Harvey Fields in zijn Toracommentaar voor onze tijd: “Ons onderzoek naar de manier waarop Jacob verkoos op Laban te reageren, heeft geresulteerd in inzicht in de groei en ontwikkeling van zijn karakter. Hij komt Charan binnen als iemand die misleidt en bedriegt, en hij gaat er weg als een man die volwassen is geworden en zich heeft ontwikkeld tot een krachtig, redelijk en integer man”.

Tenslotte wil ik nog de Nederlands schrijver Andreas Burnier noemen. Zij trekt een vergelijking tussen Jacob en moderne westerse creatieve kunstenaars die, hoe begaafd ook, meestal niet de meest sympathieke, harmonische individuen zijn. “Hun vaak onverzadigbare narcisme en hun overige neurotische trekken kennen wij uit biografieën en brieven, en tegenwoordig ook uit de massamedia die ons een ontluisterende kijk geven op hun gedrag. Toch hebben wij hen nodig en vereren wij hen zelfs”. Je kunt hierbij denken aan Rembrandt of Picasso. Wie zijn creatieve genie niet wil ontkennen “zal vooralsnog als een Jacob, worstelend en hinkend door het leven moeten gaan”.

Zelf vind ik de trouw wel aandoenlijk en aansprekend, waarmee de traditie vasthoudt aan voorouders als gewone feilbare mensen, en probeert daar nog iets goeds uit te peuren.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Mixed blessings en scrol naar beneden door.

vrijdag 12 november 2021

Tussen twee abstracties: menselijke maat niet altijd wenselijk


Ik ben fan van Rijnlands organiseren bij de overheid. Dat betekent: spaarzaam zijn met beleidsplannen, protocollen en command and control vanuit lijn- en stafafdelingen; en juist veel ruimte bieden voor improvisatie bij de eerste linie in het veld, dat wil zeggen de leraren, verpleegkundigen, politieagenten en andere functionarissen die direct met de burger te maken hebben. Want door de inzet van hún professionaliteit en inschattingen is handhaving van de menselijke maat in de uitvoering het beste gediend.

Toch ben ik ingenomen met een voorstel voor het oplossen van de toeslagenellende dat nu juist de aandacht voor de individuele gevallen verruilt voor die van beleidsmatige grote greep. Albert Verheij, hoogleraar privaatrecht in Groningen, pleit ervoor om de nieuwe Wet Afwikkeling massaschade in collectieve actie (Wamca) op die manier in te zetten. Daardoor zou de schadeafwikkeling van het politieke naar het juridische domein overgeheveld worden. 

De rechter bepaalt dan de hoogte van de schadevergoeding en kan daarbij omwille van de snelheid beslissen om geen maatwerk toe te passen. In plaats daarvan kan hij werken met categorieën, daaraan gekoppelde vaste bedragen en simpele formules. Als de rechter voor deze abstracte benadering kiest zou het toekennen van schadevergoeding in een stroomversnelling kunnen komen.

Het verraste me dat ik zomaar enthousiast werd voor dit idee. Hoe kan dat nou? Dit voorstel biedt minder menselijke maat, maar die abstractie zou tóch wenselijk zijn? Terwijl het gebruik door beleidsmakers en juristen om te abstraheren en mensen in gemiddelde categorieën onder te brengen nu juist de kern van het probleem is, volgens mij en het Rijnlandse denken. Want die categoriegerichte maatregelen voor individuele personen kunnen schrijnend uitpakken, en het begrip menselijke maat biedt daarvoor tegenwicht.

Maar ‘de menselijke maat’ is geen remedie voor alles. ‘Menselijke maat’ kan, zeker in Den Haag, ook verworden tot de zoveelste slogan of loze kreet en daarmee tot een nieuwe abstractie, die tegengesteld is aan de werkelijke belangen van betrokkenen. Want behartiging van de menselijke maat is arbeidsintensief en kost veel energie en vooral veel tijd. Voordat jouw zaak afgehandeld is ben je misschien jaren in armoede en depressie verder.

Aandacht voor menselijke maat versus beleidsmatig categoriedenken kan dus uitpakken als abstractie versus abstractie. Dan kan het handig zijn om te kiezen voor de snelste abstractie.  

Zie ook Met universele waarden kom je niet ver en Bureaucratie is een inktvis.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Tussen twee abstracties: menselijk niet altijd wenselijk en scrol naar beneden door.

woensdag 10 november 2021

Geen geld, wel troepen naar Polen


De afbraak van de rechtsstaat in Polen baart me zorgen. Terecht zint de Europese Unie op drukmiddelen om dat tegen te gaan. Bijvoorbeeld in de vorm van het niet uitkeren van financiële middelen.

Tegelijkertijd staat Polen in de frontlinie tegen EU-bedreigende barbaren als Loekasjenko die op misdadige wijze vluchtelingen inzet voor het destabiliseren van Europa. Wat mij betreft moet daar ook een EU-moraal in werking treden in de vorm van steun voor de grensbewaking die Polen uitvoert. Als Polen de EU verzoekt om Frontex-troepen of om hulp bij het bouwen van een muur vind ik dat de EU die ruimhartig moet geven. 

Zo bezien biedt de huidige situatie ook een kans. Namelijk om de Polen te laten zien dat de EU een solidaire gemeenschap is en niet alleen een bestraffende bovenmeester.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Geen geld, wel troepen naar Polen en scrol naar beneden door.

vrijdag 5 november 2021

Joden zijn geen virussen en virussen zijn geen Joden


In haar Rede van Fryslân nam rabbijn Tamarah Benima stelling tegen minister Hugo de Jonge omdat die ongevaccineerden aanwijst als gevaar voor de volksgezondheid. Ook waarschuwde ze voor ‘dwingelandij’ en ‘een totalitaire samenleving’.

Als fan van de filosoof Emmanuel Levinas – auteur van het boek De totaliteit en het Oneindige – ben ik geneigd tot grote alertheid als het gaat om totalitaire tendensen in de samenleving. Die doen zich vaker voor dan je zou denken, en meer dan eens in onschuldig ogende omgevingen. Zo kaart ik regelmatig aan hoe verstikkend en dwingend een gemiddelde werkomgeving kan uitpakken. En als Hannah Arendt totalitaire tendensen waarneemt in de banaliteit van ons dagelijkse werkende leven vind ik dat een adequate waarneming die we ons ter harte moeten nemen.

Maar je kunt ook te ver gaan. Dat doet Tamara Benima wat mij betreft als ze Hugo de Jonge op een lijn zet met “wat er in nazi-Duitsland plaatsvond” omdat hij ongevaccineerden benoemt als gevaar voor de volksgezondheid. Het argument voor die parallel ontleent zij aan het feit dat de nazi’s Joden destijds wegzetten als ‘bacillen’ en ‘virussen’ en daaraan de conclusie verbonden dat Joden moesten worden opgeruimd.

Je moet wel zindelijk blijven denken. De virussen waar het nu over gaat zijn gewoon echte virussen, die inderdaad de volksgezondheid bedreigen. En de opruiming betreft de virussen, niemand spreekt over het opruimen van mensen. Vaccinaties, quarantaines en isolatie van ziektekiemen zijn bewezen deugdelijke medische praktijken die niet aan geldigheid verliezen omdat de nazi’s die termen hebben misbruikt. Het misplaatst trekken van zo’n parallel verzwakt de alertheid op daadwerkelijke parallellen.

Iets anders is of voor sommige mensen bepaalde waarden misschien zwaarder wegen dan de angst om ziek te worden of dan de sociale verantwoordelijkheid tot vaccineren. De mogelijkheid dat dat zo is wil ik nadrukkelijk openhouden, en die mensen wil ik dus niet verketteren of in de hoek zetten. Ik hoop alleen dat het er niet te veel worden. Om banale medische redenen.

Zie ook De banaliteit van het kwaad revisited

Wil je commentaar geven of zien: klik op Joden zijn geen virussen en virussen zijn geen Joden en scrol naar beneden door.