zaterdag 16 juni 2018

Hoe ga ik hiermee om?


Alarmerend nieuws van het klimaatfront: het verlies aan ijs op Antarctica is in tien jaar verdrievoudigd. Een forse zeespiegelstijging dreigt.

Hoe ga ik om met dat soort nieuws? Vaak dacht ik: dit is een ernstig probleem, maar het zal mijn tijd wel duren. Maar ik begin me te realiseren dat het nog sneller kan gaan dan eerst gedacht, en dat ik er volop mee te maken krijg.

Ik vind het lastig dat ik dit probleem ernstiger neem dan de meeste mensen die ik tegenkom. Wat moet ik zeggen tegen mijn vrienden, kennissen, familie die vliegen de gewoonste zaak van de wereld vinden? En hoe houd ik me staande tegenover al die surrealistische berichten over ‘de noodzaak van een tweede nationale luchthaven’ en voorspellingen over verdubbeling van het aantal vluchten wereldwijd in de komende jaren? De cognitieve dissonantie wordt welhaast ondraaglijk.

Ik kan natuurlijk voordeel behalen uit het feit dat ik zwaarder til aan deze ontwikkeling dan anderen. Het zou mij moeten helpen om te verhuizen van het Westen van het land naar de veiligere hoge zandgronden, vóórdat iedereen dat wil, de huizenprijzen in de Randstad gaan zakken en op de veilige plekken gaan stijgen.

Maar daar moet ik nog even niet aan denken. Ook voor mij is er kennelijk nog meer alarmerend nieuws nodig.

Zie ook Ik heb makkelijk praten

woensdag 6 juni 2018

Nijmegen 2018


Alsof 1968 niet vijftig jaar geleden was, en Nijmegen nog steeds de springlevende hoofdstad van activistisch Nederland. Die indruk hield ik over aan de lezing Levinas, Vulnerability and Responsibility door de Levinas-kenner Robert Bernasconi, maar vooral aan de aansluitende discussie met Anya Topolski, filosoof van de Radboud Universiteit.

Onze verantwoordelijkheid voor de ander, voor álle anderen, voor ál het onrecht in de wereld is eindeloos, en niet te delgen. Op een andere manier kon je Levinas niet lezen, volgens de discussianten op het podium, en daaruit volgde dat je gehouden bent een niet aflatende strijd te voeren tegen de status quo van de gevestigde orde, en voor rechtzetting van onrecht.

Maar, kwam de vraag uit de zaal, kan daar ook niet een grens aan zitten? Je kunt toch soms de grenzen bereiken van wat je kunt dragen aan lijden, en je daar dus, al is het maar tijdelijk, voor af willen sluiten? Al is het maar voor je geestelijke gezondheid?

Nee, was het antwoord van de discussianten op het podium, de theorie van Levinas laat een dergelijk afstand nemen niet toe. Onze verantwoordelijkheid is volgens die theorie oneindig, en die last zullen we in zijn volheid moeten dragen.

Ik vind dit niet zo’n vruchtbare uitleg van Levinas, maar ik moet toegeven dat de meester zelf daar duidelijker in had kunnen zijn. Maar ik geloof niet dat hij ons heeft willen opzadelen met de ondraaglijke kwetsbaarheid waarover Bernasconi en Topolski met enige graagte spraken.

Bovendien zal een Levinas met zoveel ‘moeten’ niet makkelijk aanslaan, denk ik. Dus als hij het wel zo bedoelde dan ben ik zo vrij om dat te schrappen als tamelijk onbruikbaar. Er blijft genoeg waardevols over. Met name de, gelukkig door Bernasconi benadrukte, boodschap – tegen de gangbare cynische filosofie in – dat er zoiets is als ‘aangeslagen zijn door de ander’ en je in je handelen daardoor laten leiden – dat is revolutionair genoeg. Ook voor Nijmegen.

Zie ook Levinas en mei '68 en Levinas zoals ik hem begrijp

donderdag 31 mei 2018

Verontrustend?


Vorige week publiceerde het CBS de resultaten van het onderzoek ‘Sociale Samenhang en Welzijn’.  Daaruit bleek onder andere dat de bevolking behoorlijk vertrouwen heeft in de politie en de rechtspraak (ongeveer 70% heeft dat), laag vertrouwen in de politiek (40%) en nog minder in de journalistiek (32%).

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik dat wantrouwen in de journalistiek niet deel, en me met volle hartstocht kan overgeven aan politieke en culturele beschouwingen in NRC en Trouw, en aan de columns van Stevo Akkerman, Caroline de Gruyter, Abdelkader Benali, Luuk van Middelaar en vele anderen.

Welbeschouwd is de score van de journalistiek in de CBS-onderzoek ook helemaal niet zo verontrustend. Dat de kwaliteitspers maar een relatief klein aandeel heeft in de nieuwsconsumptie wisten we allang. Als we ervan uitgaan dat 20% van de Nederlanders kwaliteitskranten leest (ik heb geen idee, maar meer zal het niet zijn), dan waag ik de stelling dat die 20% (dus: 100% van die lezers), net als ik, daarover tevreden is. Je betaalt daar per slot van rekening niet voor niets voor. Laten die media dus vooral blijven doen wat ze doen, want dat is goed en gewaardeerd werk.

Opmerkelijker vind ik uiteindelijk dat het resterende percentage tevreden mediaconsumenten (dat wil zeggen 32 min 20 is 12%) best hoog is. Die 12% heeft dus het volste vertrouwen in de pulp van Metro, GeenStijl, Facebook en Twitter, en dat is wel verontrustend. Maar 88% heeft dat dus niet.

Gelukkig meldt een onderzoek van communicatiebureau Counter Content dat het NOS Journaal, vooral in de persoon van Annechien Steenhuizen, gezien wordt als de meest betrouwbare brenger van nieuws.

Zie ook 59 doden

vrijdag 25 mei 2018

59 doden


Het is 14 mei 2018. Om 20.00 uur staat het aantal door Israël gedode Palestijnen op 59.

Ik ben altijd opgelucht als we op het Journaal dat onderwerp hebben gehad. En dan brengt het Journaal het nog op een relatief uitgebalanceerde manier. Ze vertellen over de waarschuwingen die het Israëlische leger tevoren geeft, over de interpretatie door Israël van plaatsing van explosieven en overschrijding van de grens als vijandelijke handelingen. En vervolgens over het schieten met scherp.

Wat een verschil met bijvoorbeeld het Franse nieuws. In ieder geval met France 2, dat op 14 mei volledig koos voor het Palestijnse perspectief, uitsluitend daar beelden van gaf, met veel oog voor de heroïek achter de brandende banden. Dat zal te maken hebben met de Franse sympathie voor verzet tegen gevestigde belangen, zolang het niet hun eigen belangen zijn.

In de regel is dat met de Nederlandse media die ik tot me neem inderdaad wel beter gesteld; de dilemma’s komen daarin beter uit de verf dan in de Franse. In Trouw kwamen bijvoorbeeld twee internationaal juristen aan het woord die menen dat veel van het gedrag van Israël volgens internationaal recht gewoon geoorloofd is. Zoals het verdedigen van grenzen, het tegenhouden van een dreigende invasie, en zelfs het doelbewust doden van mensen, al ben je gehouden om het aantal dodelijke slachtoffers zoveel mogelijk te beperken. “Het lijkt er niet op dat ze dat hebben gedaan.”

Trouw beperkt zich niet tot de visie die (terecht) alom wordt gehoord: dat de Gazanen, en masse opgesloten als ze zijn op een paar vierkante kilometer, geen menswaardig leven hebben – in de woorden Stevo Akkerman: “die wanhoop in Gaza is reëel en zit diep.” In die zelfde krant toont Monique van Hoogstraten daarnaast ook het dilemma van een kibboetsbewoonster die uitkijkt op de Gazastrook: “Mijn zoon is net uit het leger. Ik zou niet willen dat hij daar moest staan om iemand dood te schieten. Maar aan de andere kant: als ze met een massa doorbreken…dat wil je ook niet.”

Dan blijkt dat over de impact van zo’n doorbraak weldenkende mensen nogal van mening kunnen verschillen, en dat laten de Nederlandse media goed zien. Crescas-columnist Salomon Bouman vraagt zich af: “Was het wel een front in de militaire zin van het woord? Werd Israël werkelijk bedreigd?” De twee juristen die in Trouw aan het woord komen, menen dat een doorbraak op te vangen zou zijn met arrestatie en berechting. En dat de instructie om te schieten met scherp dus buitenproportioneel is.

Omdat ik zelf nog niet voor me zie hoe je een massale doorbraak met arrestaties en berechting kunt pareren, herken ik mijn eigen positie beter bij Van Hoogstraten. Zij stelt, in reactie op de vraag van Hamasleider Yehya Sinwar: “Wat is het probleem als honderdduizenden het grenshek bestormen dat niet eens een staatsgrens is?”, het volgende: “Dat is voor Israël een immens probleem. Het leger grijpt juist zo hard in om te voorkomen dat eerst een kleine groep Palestijnen door het hek breekt, en daarna een massa de grens over zou steken. Wat er dan zou gebeuren is niet te overzien.”

Ten slotte citeert Trouw de Gazaanse politiek analiste Reham Owda als volgt: “Hamas is erin geslaagd de aandacht van de wereld te krijgen voor de Palestijnse zaak. Ze hebben begrepen dat ze niet nog meer mensen konden opofferen.” Het is inderdaad niet menswaardig zo te moeten leven.

Zie ook Er verandert niet veel

vrijdag 11 mei 2018

Wijntje of trijntje


Etnisch profileren is natuurlijk niet goed. Maar ook zo natuurlijk dat het bijna vanzelf gebeurt.

Zo heb ik weleens gelezen dat in de negentiende eeuw een Amsterdamse hoofdcommissaris van politie bepaalde soorten overtredingen koppelde aan bevolkingsgroepen. Hij had vastgesteld dat openbare dronkenschap en andere alcohol-gerelateerde overtredingen over het algemeen een zaak waren van autochtone Amsterdammers. Bij overtredingen op het gebied van prostitutie en zedendelicten waren in meerderheid allochtonen – ofwel, in die tijd: Joden – betrokken.

Ik moest daaraan denken toen ik onlangs in de krant las over Israëlische onderzoekers die met behulp van fruitvliegjes hebben vastgesteld dat alcohol voor dezelfde beloning in de hersenen zorgt als seks. Dus dat alcohol en seks rivaliserende prikkelmiddelen zijn.

De fruitvlieg, schrijven Israëlische biologen in het vakblad Current Biology, beleeft zijn extase tijdens de zaadlozing. Dat konden ze laten zien door de ejaculatie kunstmatig op te wekken. Daarvoor maakten ze gebruik van een bepaald soort rood licht dat de mannetjes-vliegjes op die momenten in opperste staat van geluk bracht, zonder dat er seks aan te pas was gekomen. Ze waren daarna volmaakt tevreden, en hadden nergens meer behoefte aan.

Dat bleek als de vliegjes na blootstelling aan het rode licht zoete drankjes kregen voorgeschoteld, waarvan een deel met alcohol. De seksueel verzadigde vliegjes kozen bijna allemaal voor suikerwater zonder alcohol. De mannetjes daarentegen die op seksuele onthouding waren gezet, zochten hun bevrediging elders. In de drank, met name.

Een beetje zoals Katholieke celibatairen zich vroeger moesten behelpen met een ‘wijntje’ voor het gemis aan een ‘trijntje’. Het zou, afgaand op dit onderzoek, dus goed kunnen kloppen dat de keuze voor een favoriet pepmiddel per bevolkingsgroep en etnische cultuur verschilt. En dat die keuzes tot in de overtredingensfeer terug te zien zijn.


donderdag 3 mei 2018

Een kwestie van volwassenheid


Waarom is het in onze Westerse samenleving toch zo moeilijk geworden om serieus weerwerk te bieden aan een doorgeschoten kapitalisme? Waarom komen we in veel gevallen niet verder dan wat puberaal anarchisme en onmachtige verzetsretoriek?

Die vraag komt in me op nu ik op de Franse televisie alweer maanden lang de beelden zie van stakende machinisten en piloten, van een geweldsorgie op 1 mei in de straten van Parijs, maar vooral van de verbeten verdedigers van een anarchistisch vrijstaatje, door henzelf aangeduid als Zone-à-défendre (ZAD). Het gaat om een gebied van 25 hectare bij het plaatsje Notre-Dame-Des-Landes, dat een jaar of twintig geleden was aangewezen als de locatie voor een nieuw aan te leggen vliegveld, en dat vervolgens is bezet door tegenstanders van het vliegveldplan. Dat plan is nu afgeblazen, maar de bezetters weigeren hun territorium te verlaten, met een beroep op hun autonome en ecologische manier van leven daar. Inmiddels resulteert dit in dagelijkse gevechten tussen de handhavers namens de staat en de activisten, met flink geweld van beide kanten.

Ik vind het er vrij zielig uitzien, maar tot mijn verbazing krijgen de ‘zadisten’ steun uit heel Frankrijk. Van bejaarden tot en met gezinnen met jonge kinderen komen hun sympathie betuigen aan de utopisten, vanwege ‘de manier van samenleven’ die zij praktiseren. Het is duidelijk: hier zijn diepe drijfveren en verlangens in het spel. En een krachtige verzetsromantiek die teruggaat op de Franse Revolutie.

Ik bezie dat alles met verbazing, omdat de onmachtigheid van de utopie zo in het oog springt. Hindermacht hebben de bezetters ongetwijfeld, maar is er ook het vermogen tot een realistisch en constructief alternatief?

Ik ben bang van niet. De eerste, en meest akelige reden voor dat pessimisme is de doordringende almacht van het kapitalisme. Dat is zo alom aanwezig en luidruchtig, dat de enige mogelijkheid van verzet nog slechts lijkt te kunnen bestaan in heel hard terugschreeuwen. Omdat je jouw deel van de koek wilt (de machinisten) of omdat je juist niet mee wilt doen (de zadisten). Misschien lucht het op, maar het zet geen zoden aan de dijk.

De tweede reden, niet minder belangrijk, is dat men het daarbij laat. De verzetscultuur is niet altijd even goed doordacht. Het voedt zich met romantische en utopische ideeën over zuiverheid en onthechting die al gauw krachteloos worden. Die zijn geen partij voor de akelig overweldigende kracht van het kapitalisme.

Het lijkt wel of de zuidelijke helft van Europa (ik denk vooral aan Frankrijk en Italië) van die verzetsromantiek meer last heeft dan de noordelijke. De schrijver Jean Peyrelevade koppelt dat aan de invloed van het Katholicisme in die landen. Een meer nuchtere, zakelijke omgang met geld heeft zich in het Katholicisme volgens hem niet goed kunnen ontwikkelen, omdat geld daar altijd in een kwade reuk heeft gestaan. Het had teveel met het wereldse en te weinig met het hemelse van doen. Geld verdienen was verbonden met schuld, en het vergaren van fortuin met zonde. Dat kon je beter aan vreemden overlaten, bijvoorbeeld Lombarden of Joden. En je vervolgens boos maken over  alles wat met geld te maken heeft.

Volgens Peyrelevade heeft het Protestantisme, dat vooral in de noordelijke helft van Europa succesvol was, die wereldvreemde kantjes afgeslepen van de overgeleverde opvattingen. Voor Protestanten was er niets mis met geld verdienen. In plaats van utopisch verzet tegen alles wat met geld te maken heeft, ontwikkelden zij een meer volwassen omgang met geld en andere wereldse zaken. Verklaart dat misschien dat de verzorgingsstaten in Noord-Europa robuuster zijn dan die in Zuid-Europa?

Zie ook Denken doet ertoe

vrijdag 27 april 2018

Wie verzint zoiets?


Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Israël zond Nieuwsuur afgelopen vrijdag een kleine documentaire uit over de Israëlische veiligheidsdiensten. Want die speelden een cruciale rol in dat zeventigjarige bestaan. De documentaire benadrukte dat de Mossad en de Shin Bet – zoals trouwens gebruikelijk voor geheime diensten – geen wetten respecteren, en dat er in totaal 2700 mensen zijn omgebracht door hun acties.

De reportage gaf op zichzelf een adequaat beeld van het functioneren van de veiligheidsdiensten. Daarbij kwamen hoofdzakelijk Israëliërs aan het woord, en zij spraken duidelijk over de dubieuze kanten van het intelligence-werk, met als speciaal aandachtspunt dat Israëlische politici door het succes van de veiligheidsdiensten de neiging kunnen hebben om minder van diplomatieke middelen gebruik te maken.

Ik vond het geen verkeerde reportage. Maar wat me bevreemdde is dat de NPO ervoor kiest om die uitgerekend op Israëls verjaardag te programmeren. Over de geheime operaties van bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Frankrijk van de afgelopen zeventig jaar zou je beslist een even lange en indrukwekkende lijst van soortgelijke wetteloze en moorddadige acties kunnen opstellen. Ook daarvan is de relevantie om erover te berichten zonneklaar, maar wie zou het verzinnen om dat uitgerekend op 4 (Independence Day) of 14 juli (Quatorze Juillet) te doen? De impliciete boodschap daarvan kan toch niet anders zijn dan dat die landen geen nationaal feest waard zijn, ja, dat hun bestaan maar dubieus is.

De keuze van de NPO is dus een behoorlijk venijnige, waarschijnlijk voortvloeiend uit verontwaardiging en boosheid over het uitzichtloze conflict tussen de Palestijnen en Israël, dat inderdaad niet los te zien is van de stichting van de staat. Bij die boosheid kan ik me van alles voorstellen, want Israël wekt – zacht gezegd – niet de indruk veel moeite te doen om de relatie met de Palestijnen te verbeteren. De interne verdeeldheid in het Palestijnse kamp speelt daarin een rol, maar Netanjahoe lijkt dat wel best te vinden.

Alle reden dus om kritisch naar Israël te kijken, maar op sommige dagen doe je dat beter niet, zoals 4 mei of Israëls onafhankelijkheidsdag, want dat is een klap in het gezicht van diegenen die hun leven aan dat land te danken hebben. Die zijn er namelijk ook.

Zie ook 4 mei 2012

vrijdag 13 april 2018

Levinas en Nietzsche


Emmanuel Levinas met Friedrich Nietzsche te vergelijken lijkt misschien in eerste instantie zoiets als J.S.Bach te vergelijken met Mick Jagger. Nietzsche staat te boek als een onstuimig type, terwijl Levinas eerder iets heeft van de gezeten Franse burger. Maar die burgerlijke façade verbergt naar mijn overtuiging een zeer revolutionair denken – zoals misschien Bach ook een stuk wilder is dan over het algemeen gedacht wordt. Daarbij heeft Levinas zich voor een deel beslist door Nietzsche laten inspireren.

Voor zover er parallellen te vinden zijn tussen beide filosofen betreft dat aspecten van hun denken die ik bepaald sympathiek vind. Die punten zijn:
- de aandacht voor de lichamelijkheid van de mens
- de aanval op het abstracte denken
- de voorkeur voor doorleefde waarheid
- de liefde voor de volheid van het leven
- een eigensoortig, gelouterd gevoel voor transcendentie.

Onderstaand loop ik ze kort even door, vooral aan de hand van een studie van filosoof en journalist Laurens Verhagen, die werk gemaakt heeft van de vergelijking tussen Levinas en Nietzsche.

Verhagen stelt dat bij Nietzsche levenswaarden in het leven zélf, dus in de zintuiglijke wereld moeten  worden gevonden. Je kunt zeggen, meent hij, dat Nietzsche filosofeert vanuit de lichamelijkheid. Een soortgelijke aandacht neemt Verhagen waar bij Levinas. Letterlijk zegt Verhagen over beiden: “Ze filosoferen met een totale overgave, met hun gehele lichaam”. Ik denk dat hij, voor zover het Levinas betreft, vooral denkt aan diens beschrijvingen in het boek De totaliteit en het Oneindige van de mens als genietend en arbeidend wezen.

Als lichamelijkheid zo’n beetje het tegendeel is van abstract denken, dan ligt het voor de hand dat Nietzsches positie hem in regelrechte aanvaring brengt met de mainstream van de gevestigde filosofische traditie  – vanaf Plato via het Christendom tot aan het tijdloze ego van de modernen. Want daarin wordt een voorkeur gekoesterd voor het abstracte denken. Dat wil zeggen voor een zo onthecht mogelijk en zuiver denken, niet gehinderd door passies, behoeften en lichamelijkheid. Dit zoeken naar abstracte waarheid wordt door Nietzsche benoemd als levensvijandig en nihilistisch.

Zo voelt Levinas dat ook, al zal hij niet zo gauw het Christendom aanvallen, maar eerder het moderne subjectdenken. In feite, zegt Levinas, leidt de almaar abstractere opvatting van mens-zijn in het Westen misschien wel tot bevrijding van het individu, maar ook tot leegte, eenzaamheid en geweld. De filosoof Carl Cederberg zegt het zo: “For Nietzsche, as well as for Levinas, philosophy is critique, a critique that is ultimately not for the sake of the philosophising ego, but for something other. Nietzsche names this other ‘life’; for Levinas, this critique points towards a concern for the neighbour”.

Het gaat Nietzsche dus eigenlijk ook nog steeds om waarheid, maar het moet wat hem betreft voortaan gaan om een meer concrete, doorleefde en doorvoelde waarheid, als tegenovergesteld aan de traditionele abstracte waarheid. Waar velen Nietzsches afwijzing van de traditionele waarheidsqueeste alleen maar konden zien als heiligschennis, tonen de enkele woorden in Humanisme van de andere mens die Levinas aan Nietzsche heeft gewijd een verrassend positieve strekking. Levinas heeft het daar over “een nietzscheaans woord, een profetisch woord, zonder statuut in het zijn, maar ook zonder willekeur, want voortgekomen uit eerlijkheid, dat wil zeggen uit pure verantwoordelijkheid voor de ander”. Dit is te begrijpen vanuit de waardering die Levinas kan opbrengen voor de waarachtigheid en eerlijkheid waarmee Nietzsche zijn woorden verkondigt. Verhagen zegt daarover: “We noemen Levinas en Nietzsche beide moralisten, in de meest brede zin: ze laten zien hoe men moet handelen om een waarachtig leven te hebben”.

Nietzsche verlangt naar de volheid van het leven. Zijn weerzin tegen het cerebrale karakter van veel Westerse filosofie komt voort uit zijn overtuiging dat het abstracte denken de inhoud uit het leven wegzuigt. Daarom noemt hij het levensvijandig. Wat overblijft is een bloedeloos karkas, een nihilisme waarvan de waarden niet in het leven zelf liggen. Behalve armetierig leven levert dat, volgens Nietzsche, ook een armetierige moraal op. Hij spreekt met betrekking tot het Christendom dan ook van een ‘slavenmoraal’ die het moet hebben van zelfopoffering en dienstbaarheid. Daartegenover stelt Nietzsche de noodzaak van het verlangen naar een, ook materieel gezien, vol leven. Een zekere mate van egoïsme is daarvoor beslist vereist, en dus goed.

Als het daarover gaat citeert Levinas Nietzsche met instemming, namelijk uit Also sprach Zarathustra: “Ik houd van degene wiens ziel overvol is, zodat hij zichzelf vergeet en alle dingen in hem zijn: aldus worden alle dingen zijn ondergang”. Immers, zegt Verhagen, de nietzscheaanse mens stroomt over van levenskrachten; het leven is schenken geworden. Dat sluit aan bij wat Levinas zegt over de volheid van leven, als enige bron van waaruit gastvrijheid aan de andere mens kan worden geboden. Verhagen: “Verantwoordelijkheid is nooit los te zien van het egoïstische ik dat bezit en iets te schenken heeft”.

Tenslotte is er de transcendentie bij Nietzsche. Het zou kunnen lijken alsof Nietzsche korte metten maakt met alle transcendentie. Hij stelt zich te weer tegen allesoverstijgende, maar daardoor bleke en abstracte eeuwige waarheden. Maar daarmee bant hij niet alle transcendentie uit, alleen is voor hem die overstijgendheid gelegen in het ongrijpbaar korte maar volle moment van het heden. Dat moment opent voor hem het perspectief op de oneindigheid. Met niet zozeer de nadruk op een oneindig zijn of wezen, maar op een oneindig worden. Daar kan het gebeuren dat je boven jezelf uitstijgt. Want in het heden, zo laat Nietzsche zien, ontmoeten we het oneindig verre andere dat we niet zomaar binnen onze kaders kunnen halen.

Wat Verhagen zegt over de transcendentie bij Nietzsche, kan met een kleine aanpassing ook gezegd worden voor Levinas. Beiden wijzen als plaats voor het optreden van het transcendente de ondeelbaar kleine ruimte aan van het heden: de ongrijpbare, maar overvolle split second. Daarin, zegt Verhagen, ontmoeten we volgens Nietzsche én Levinas,  het oneindige andere. Alleen, bij Levinas krijgt dat andere de gedaante van de Ander die we niet zomaar in door ons bedachte schema’s kunnen stoppen.

Tot slot moet ik het nog even hebben over wat me niet aanstaat bij Nietzsche. Een unheimisch aspect is dat bij hem de mens als het ware de nieuwe god geworden is. De door hem gedroomde mens die boven zichzelf uitstijgt krijgt een ongezond aureool, en wordt door Nietzsche aangeduid als de ‘Übermensch’. Dat spreekt me niet aan, ook door wat anderen daar vervolgens mee gedaan hebben. Dit onderdeel van Nietzsches denken is bijvoorbeeld misbruikt door de nazi’s die er een stimulans in ontdekten voor hun idee van het onderscheid tussen Herrenvolken en Slavenvolken, met het Duitse volk als ras van supermensen. Maar is ook niet een verder fatsoenlijke filosoof als Sartre, die de menselijke autonomie verabsoluteert, daarin geïnspireerd door Nietzsche?

Op dit punt biedt Levinas tegenwicht. Want zo is het bij Levinas beslist niet: de transcendentie komt bij hem niet van de kant van het zelf, maar per definitie van de kant van het niet-ik.

Maar om daar uit te komen moet Levinas wel dezelfde vijand bestrijden als Nietzsche: de vijand van de op een voetstuk gezette denkende mens. Levinas kan daarbij steunen op, volgens Cederberg, het ‘nietzscheaanse woord’ dat, jeugdig en authentiek als het is, door het dode hout van de traditie snijdt. Levinas, vervolgens, “uses youth as a way of framing the very promise of critique, of philosophy”, aldus Cederberg.

Zie ook Bijna, en In je hoofd

vrijdag 30 maart 2018

Primitief?


Je mag, zoals velen doen, de Hebreeuwse Bijbel afdoen als een archaïsch, achterhaald geschrift. Maar je hebt kans dat je de relevantie ervan dan met volle kracht in het gezicht teruggeworpen krijgt.

Ik doel nu, in deze Pesachtijd, op de archetypische betekenis van het farao-verhaal. Daarin wordt verteld over een dictatoriaal, pyramidaal ingerichte samenleving waarin een heerser voor het leven de verhoudingen bepaalt en heerst over leven en dood van alle anderen. Kan het actueler met om ons heen een toenemend aantal despoten? Zoals Erdogan die tegenstanders opsluit en de pers monddood maakt, zoals Xi Jinpin die zich voor het leven laat benoemen en Poetin die zichzelf blijvend aan de macht manipuleert. En met Trump die alleen door de Amerikaanse rechtstatelijke instituties wordt weerhouden om hetzelfde te doen (hopelijk).

En dan – we vieren het vandaag – zet de Hebreeuwse Bijbel daar zomaar het bevrijdende tegendeel tegenover: van een onwaardig geacht slavenvolk dat zich met de hulp van zijn god aan de onderdrukking ontworstelt. Dat is rebellie van iconische betekenis.

Om de parallel daarvan met de actualiteit erin te houden, is het zaak om ook op de verschillen te wijzen tussen het Bijbelse bevrijdingsverhaal en onze situatie. Wij hoeven niet bevrijd te worden, wij leven al decennia in ongeëvenaarde vrijheid.

Maar ook in die situatie werkt het verhaal inspirerend. Het kan ons ertoe zetten om onze vrijheid goed op waarde te schatten. En om de hedendaagse farao’s niet te onderschatten. Als Europa niet over kernwapens beschikte, zou het misschien al lang overlopen zijn.

Dat klinkt cynisch, maar het Exodusverhaal vertelt mij dat die kernwapens legitiem zijn, zolang ze maar dat doel dienen: farao’s op afstand houden en vrijheid, democratie en rechtsstaat bevechten tegen onderdrukking.

Is de Bijbel inderdaad achterhaald? Of zijn wij eigenlijk even primitief?

Zie ook Farao en Scientific management

donderdag 22 maart 2018

Rafelranden


Voor god spelen gaat nog wel. Maar dat te combineren met onze humane ideeën over dierlijke waardigheid levert tragi-komische gevallen van menselijke zelfoverschatting op.

Het lukt de god-mens wel om een stuk ‘vrije natuur’ te creëren. Zet een hek neer, zoals om de Oostvaardersplassen, plaats daarbinnen grote grazers, ganzen, edelherten, net naar gelang de laatste wetenschappelijke inzichten. Plan de bijpassende vegetatie, hoog of laag, en regel de waterstanden, soms wel tien verschillende, onderling van elkaar gescheiden door damwanden. Perfect!

Maar vervolgens gooit de mens-mens roet in het eten. Want die kan het niet aanzien dat er in het door de god-mens ontworpen regime verliezers zijn zoals zwakke wilde grazers of ganzen die geen voedsel meer vinden vanwege de lage vegetatie. Vervolgens moet er bijgevoerd worden, of opnieuw geprutst aan de waterstanden, beesten en vegetaties.

Dus eigenlijk is het niet waar, we kunnen helemaal niet voor god spelen. Ideale natuurgebieden nastreven is een utopie. In ieder geval voor de mens, maar misschien kon God het zelf ook niet echt.

Zelf zou ik de keuze wel willen maken voor een gematigd cultuurlandschap, ongeveer zoals het in Nederland was tot in de jaren vijftig. Dat wil zeggen: veel boerenland, dat is het stuk in cultuur gebrachte natuur dat we nu eenmaal nodig hebben om via de landbouw in onze voedselbehoeften te voorzien. Maar dan met flinke rafelranden eromheen, van bosschages, wilde bloemen, heggen. Dus in plaats van dat zielloze, door-en-door gerationaliseerde Manschotland wat meer liefdevolle verwaarlozing. Allicht zullen de lappen grond vanwege de gebruikte machines en methoden een stuk groter moeten zijn dan ze in de jaren vijftig waren, maar wat meer tolerantie voor stroken land die niet honderd procent rendabel zijn zou de vriendelijkheid bevorderen. Strakke, steriele afbakeningen kunnen best wat worden verzacht.

Eigenlijk, zit ik te denken, zou ik daar de voorkeur aan geven op nog veel meer terreinen van ons menselijk handelen. Bijvoorbeeld in onze omgang met onze ménselijke natuur, met elkaar en met onszelf. Zou iets minder beheersingsdrang en wat meer gemoedelijkheid ook daar niet een verademing zijn? Wat meer tolerantie voor onze rafelranden, het schijnt dat vooral Vlaamse psychiaters daarvoor pleiten.

Zie ook: Het verlangen naar Krabbegat

vrijdag 16 maart 2018

Zo werkt het dus


In deze column vindt u voor de verandering weinig tekst van mezelf. Het belangrijkste deel zal bestaan uit de letterlijke weergave van een twitterconversatie over Israël en antisemitisme.

Mijn motief om de conversatie te presenteren is dat de uitwisseling een goede illustratie biedt van de manier waarop vage noties het gesprek – voor het grootste deel ongewild en onbewust – in antisemitische richting kunnen sturen, en in combinatie met de reacties daarop uiteindelijk volledig doen ontsporen.

Daarbij gaat mijn interesse speciaal uit naar de cocktail van oprechtheid, onoprechtheid en giftige, al dan niet bewuste vooroordelen, die op een curieuze manier door elkaar lopen, en waarin de oprechtheid het per saldo verliest van het vergif. Door deze dynamiek is tegen het einde van het gesprek een zachte landing onmogelijk geworden.

Om die vernietigende wisselwerking tussen oprechtheid, onoprechtheid en vergif goed te laten uitkomen, zal ik bij de weergave van de conversatie bij een aantal tweets vermelden – als daar aanleiding voor is – of ik de daarin gedane uitspraak opvat als
- een onbereflecteerde uitspraak, en daarom niet per se kwaadaardig
- blinde vergoelijking of onachtzaamheid, en daarom verwijtbaar
- moedwillige verdraaiing of grofheid, dus kwaadaardig.

Bij toekenning van die kwalificaties laat ik me in eerste instantie leiden door de uitgangspunten dat deelnemers aan de discussie 1. In principe van goede wil zijn; 2. Altijd wel niet geheel bereflecteerde uitspraken doen; 3. Niet altijd weten hoe ze daarbij aan hun vooronderstellingen komen.

Voor het begrip van de conversatie is het van belang om te weten dat het gesprek start met een tweet van Nasrdin Dchar waarin hij opmerkt dat, op de dag van de Amsterdamse herdenking van de Februari-staking, in Israël tienduizenden mensen de straat op gingen om te demonstreren tegen de deportatie van Afrikaanse asielzoekers. Marieke Hoogwout begrijpt in een reactie niet waarom Dchar Israël noemt in combinatie met de Februari-staking, en noemt dat selectief gebruik van de herdenking van moedig verzet tegen fascisme. Vanaf dit punt geef ik de letterlijke tweets weer. Ik sluit af voordat de ontsporing begint.

Nasrdin Dchar:‏ “Selectief?! Hoe selectief is t dat we hier stilstaan bij de enige staking in NL tegen de jodenvervolging en dat in Israël mensen gedeporteerd gaan worden. Snap je het dan echt niet. Wat ik wil zeggen is, dat de mens helaas niet handelt naar de woorden: opdat we nooit vergeten.”

Marieke Hoogwout: “Dat ben ik honderd procent met je eens. Wat ik niet begrijp is waarom je Israël als enige land hierbij sleept. Juist dat groepsdenken, wat jij hier ook lijkt te doen, is de bron van zo veel ellende in de wereld.”

Jan Hoogland: “Israël is de bron van veel ellende in de wereld. Als je dat niet ziet......”
Kwalificatie: onbereflecteerde uitspraak, getriggerd door Palestijnse ellende; Hoogland vindt de toevoeging ‘in de wereld’ kennelijk adequaat. Zo werkt dat dus.

Marieke Hoogwout: “ik geloof dat jij het punt van deze discussie zowel volledig mist,  als ongewild bewijst, Jan.”

Anoniem1: “Beste Jan, waarom is Israël de bron van veel ellende in de wereld? Oprechte vraag”.

Jan Hoogland:‏ “‘in de wereld’ heb ik niet gezegd, maar dat is niet zo relevant eigenlijk. Israël bezet al 51 jaar Palestijns gebied en gedraagt zich daar net als de Duitse bezetter in 40-45 hier deed. Dat veroorzaakt veel ellende voor de Palestijnen. Zo simpel is het.”
Kwalificatie: blinde vergoelijking van zijn eigen uitspraak; Hoogland snapt nu de lading van ‘in de wereld’: alsof Israëls handelen een unieke, kosmische dimensie heeft; dat wil hij bij nader inzien niet gezegd hebben.

Anoniem1:‏ “Wat staat daar dan?” (met plaatje erbij van de tekst ‘in de wereld’ uit de tweet van Hoogland)

Jan Hoogland:‏ “OK, maar het maakt niet veel uit volgens mij, of ik dat er nou bij zet of niet. Ellende = altijd in de wereld, behalve buitenaardse ellende. Maar als je wilt kwantificeren: honderdduizenden mensen zijn al 51 jaar vluchteling of zuchten onder bezetting. Dat is voor mij veel”.
Kwalificatie: moedwillige verdraaiing; wat Hoogland eerder snapte (de lading van zijn woordgebruik) telt nu niet meer.

Anoniem1‏: “Ellende die andere landen nooit bezigen? Dat riekt op deze wijze toch naar antisemitisme. Maar die beschuldiging zal ik uw niet doen aanreiken. Juist dat is waar dit hele draadje op begon. Uw wijst naar Israël, tracht te verwarren en verdedigt door te beschuldigen. Dat is vreemd.”

Jan Hoogland‏: “Als de consequentie van kritiek uiten op de staat Israel is dat je voor antisemiet wordt uitgemaakt zegt dat meer over degene die de beschuldiging uit dan over mij. Dan kun je nooit kritiek op Israel hebben omdat het een Joodse staat is.”

Anoniem1‏: “U trechtert zelf de ellende richting Israël. Ik tracht het juist breed te trekken. U ontkent te zeggen dat Israël de schuld is van veel ellende in de wereld terwijl ik u erop wijs dat u dit wel doet. Nogmaals; ik beschuldig u niet maar wijs op uw woorden en de interpretatie daarvan.”

Jan Hoogland: “Prima, en ik heb uitgelegd hoe ik het bedoel. Er is veel ellende in de wereld, veel te veel. Ik heb al lang geleden gekozen om op te komen voor de Palestijnen. Choose your battles”.
Kwalificatie: blinde onachtzaamheid; hij suggereert dat er evenveel activisme is voor bijvoorbeeld de Rohinya’s of de Westerse Sahara en dat hij zich net zo goed daarbij had kunnen aansluiten, maar dat klinkt op een of andere manier niet geloofwaardig.

Anoniem1‏: “De Palestijnen. Ook al zo vredelievend en verbindend volkje....”.
Kwalificatie: moedwillige grofheid.

Jan Hoogland: “Lees NRC vanavond over Gaza.”

Anoniem1‏: “Nee joh. Ik lees die propaganda niet. Straks word ik net gelijk zo selectief blind als u...”
Kwalificatie: moedwillige grofheid.

Jan Hoogland‏: “dan weet ik eindelijk wat voor vlees ik in de kuip heb, als je NRC als propaganda bestempelt. Veel plezier op DDS. Ik begin nog medelijden te krijgen met je. ik dacht in het begin met die 'oprechte vraag' echt even dat ik in gesprek kon komen met je.”

Anoniem1‏: “Dat dacht ik -oprecht- ook.. Maar de selectieve verontwaardiging ging al snel naar pro palli en dat kan ik- Excuse Le monde- met geen noot serieus nemen. Daarnaast draait en bagataliseert u in uw eerste tweet. Het werd daarna weinig ‘beter’.. Daarnaast ‘dicht’ u mij DDS(?) toe?

Jan Hoogland‏: “De Dagelijkse Standaard. Ken je die echt niet? Dat pleit dan weer voor je ;-) Ik verzeker je dat ik niets anders wil dan alle goeds voor iedereen. Ik wens de Israelische burgers vrede toe, en de Palestijnen ook uiteraard.”

Anoniem1: ‏“Dan ken ik het wel maar lees dat niet. Te gekleurd. Fijn. Ik wens ook een ieder op deze wereld consensus en vrede toe. Niemand uitgesloten!”

Een verwarrende ervaring, deze conversatie. Samenvattend zou ik zeggen dat de blindheid gelegen is aan de kant van Hoogland, en een soort onbeschoftheid aan de kant van Anoniem1. Hoe vervolgens de sluizen open gingen voor botheid, blindheid, en grofheid op werkelijk onsmakelijk grote schaal blijft hier verder onbesproken. Toen hadden Hoogland, Hoogwout en Anoniem1 zich al teruggetrokken.

Zie ook Lucebert