vrijdag 17 augustus 2018

Markt en democratie


Liberale democratie en markteconomie worden altijd in één adem genoemd, als bij elkaar behorende zaken. De twee zouden elkaar wederzijds vruchtbaar beïnvloeden.

De liberale democratie doet dat door in de staatsinrichting individuele vrijheid, ruimte voor afwijkende meningen en eigen initiatieven te waarborgen. Dat heeft een stimulerend effect op ondernemingszin, creativiteit en innovatie, en daarmee op de markteconomie.

De markt doet dat doordat daar – in vergelijking met een standenmaatschappij of dictatoriale samenleving – (in principe) voor iedereen gelijke toegang en kansen gelden. En doordat economisch zelfstandige, op de markt opererende mensen het soort zelfbewustzijn ontwikkelen waar burgerschap van gemaakt is. Dat is weer nodig om te participeren in de publieke zaak, en voor het functioneren van de liberale democratie.

Wanneer de markt uitsluiting en té grote ongelijkheden creëert moet hij door de staat worden ingetoomd, maar met behoud van de essentiële vrijheden die voor het functioneren van de markt nodig zijn.

Tot zover de theorie van het naoorlogse liberalisme. Maar hoe zit het met het neo-liberalisme, dat sinds de jaren tachtig en negentig opgeld doet in het Westen? Daarin lijkt de markt de economie te hebben overvleugeld. De dominantie van de economie is nu zo groot dat essentiële taken van de liberale democratie in gevaar komen, zoals onderwijs en het onderhouden van een gelijk speelveld. Bovendien lijken vooral de (heel) hoge inkomens te profiteren van de groeiende economie. De lonen van gewone burgers stijgen niet of nauwelijks, met negatieve gevolgen voor de identificatie van de gewone burger met zijn democratische staat.

Deze analyse van onze situatie in het neo-liberale tijdvak wordt veel gemaakt, en daar word ik niet vrolijk van. Wél grappig vind ik om te lezen dat economische krachten, ook de neo-liberale, nog steeds een corrigerend effect kunnen hebben op repressieve regimes. De val van de Turkse lira bijvoorbeeld staat in rechtstreeks verband met het autocratische optreden van de Turkse president Erdogan. Toen deze zijn schoonzoon benoemde tot minister van Financiën zakte de Turkse munt direct in waarde door zorgen over de onafhankelijkheid van de Turkse centrale bank. Dat is een goed liberale reflex, zou ik zeggen. Net zoals de inzakkende prijzen van tweedehands dieselauto’s, als gevolg van antivervuilingsmaatregelen in Duitse steden.

Zie ook AAA

1 opmerking:

  1. Je kunt als land, om te voldoen aan de Kyoto-normen, ook schone lucht gaan kopen in plaats van de uitstoot te proberen terug te dringen. Die koop je dan bij minder ontwikkelde landen.
    Ik geloof dat dat soort vermarkting dan weer niet zo bevorderlijk is voor de evenwichten in de wereld.

    BeantwoordenVerwijderen