“Ik ga leven”, zegt Lale Gül. “Ik draag geen hoofddoek meer en kleed me zoals ik wil”, zegt de Iraanse Rahil Fallahfar. En Alain Verheij schrijft over een biseksuele vrouw op een streng reformatorische mbo-opleiding: “Op geen moment zou ze accepteren dat haar eigen identiteit en bestaansrecht ter discussie werden gesteld”.
Over het algemeen kunnen dit soort uitspraken in Nederland op instemming rekenen. We koesteren het recht op een eigen identiteit als een kostbare verworvenheid, en niet alleen voor het individuele belang dat we erbij hebben, het werkt ook sociaal gunstig uit. In de woorden van Verheij: “Dit waarborgde een vorm van gelijkwaardigheid die alle ontmoetingen potentieel wederzijds verrijkend maakte”. Het gevaar dat mogelijk uitgaat van AI wordt dan ook regelmatig uitgedrukt in termen van verlies van identiteit. Met de gelijkvormige collectieve Chinese ‘wij’- samenleving als schrikbeeld.
Maar hoe zit het dan met de even frequente omhelzingen van holistische perspectieven? In dezelfde krant, op dezelfde pagina als waar bovenstaande citaten vandaan komen tref ik groot uitgelicht citaten aan als: “Identiteit staat niet op zichzelf”. Dat is volgens de Kameroense filosoof Achille Mbembe wat Afrikaanse filosofieën ons leren, en wat bijvoorbeeld de Ubuntu filosofie op dit moment populair maakt. Zij benadrukken het wij-gevoel van het gemeenschapsdenken.
Voor zover die filosofieën verwijzen naar het gegeven dat ieder mens voor zijn vroege overleving en opvoeding afhankelijk is van anderen, stem ik daar wel mee in. Geen mens kan groot worden zonder een netwerk van zorgende en communicerende medemensen. It takes a village to raise a child, daarzonder kunnen hechting en een gezonde psychische ontwikkeling niet plaatsvinden.
Maar voor zover de holistische gemeenschapsfilosofieën voorschrijven dat je niet mag breken met bepaalde normen van je samenleving van herkomst, ligt mijn sympathie toch duidelijk aan de kant van de Lale Güls en Rahil Fallahfars. Hoe eenzaam hun individuele identiteitsbepaling en positiekeuze ook mag zijn, ik snap de waardering daarvoor beter dan de keuze voor onvoorwaardelijke eerbiediging van de collectiviteit waar je uit voortkomt.
In die sympathie ben ik ongetwijfeld beïnvloed door vier eeuwen van Europese cultuur en verlichting. Daarin wordt de keuzevrijheid van het individu tegenover knechtende religieuze en politieke systemen tot centrale waarde gemaakt. Daar kan ik niet achter terug. Dat dit eenzaamheid en sociale versnippering tot gevolg heeft is inderdaad een treurig feit. Maar wat mij betreft is dat eerder een aansporing tot het intensiveren van waarachtig contact dat de eigenheid van mensen respecteert, dan tot het opgeven van persoonlijke identiteit.
Wil je commentaar geven of zien: klik op We kunnen niet meer terug en scrol naar beneden door.

Neem nu de Joden, die in de 19e eeuw naar openbare scholen mochten. Ze stonden in de rij en integreerden en gingen mee doen met onze maartschappij. Waarom zijn we dat vergeten?
BeantwoordenVerwijderenNaud, de Europese cultuur is gebaseerd op de Griekse en Romeinse cultuur, vergeten tijdens onze Middeleeuwen, en herontdekt en aangevuld door de Abbasiden tijdens hun gouden tijdperk. Cultuur is hoedanook een mengeling van alle culturen en we moeten niet terug maar samen vooruit. Hartelijke groet, Walter
BeantwoordenVerwijderenDag Naud,
BeantwoordenVerwijderenIk las net een boek over postmodern denken en het ethische fundament ervan.
De auteur overschouwt onze cultuur sinds het einde van de moderne filosofie, een tijdperk waarin denkers meenden dé waarheid te kunnen achterhalen. De term ‘postmodern’ komt van de Franse denker Lyotard. Hij heeft belangrijke kritiek op de grote verhalen van de moderniteit (christenheid, het hegeliaans-marxistische verhaal, het verlichtingsverhaal van de Rede, het wetenschappelijke verhaal van de Universele Waarheid…), belangrijke kritiek op de opvatting dat een idee de werkelijkheid kan bevatten. Idee en werkelijkheid zijn voor hem heterogeen. Tegenover de totalitaire grote verhalen, stelt Lyotard ‘het kleine verhaal’ als uitgangspunt voor een democratische politiek. Ook in een democratie leven natuurlijk overtuigen, maar het zijn geen starre dogma’s. In zo’n samenleving heerst een open wij-verhaal. In het postmoderne ‘kleine’ verhaal vertellen mensen elkaar wat ze nodig hebben en wat ze als geluk en ongeluk ervaren. De ultieme oriëntatie is dus : de mens. De politieke idee is het relatieve.
Levinas en Lyotard komen, me dunkt, dicht bij elkaar in hun kritiek op totaliserende systemen, in hun aandacht voor het onuitspreekbare en het onherleidbare en in de ethiek als ethisch fundament van hun denken. Voor de postmoderne denker zijn opvattingen altijd -letterlijk- ‘relatief’ en is de mens (de ethiek, niet op te vatten als een leer) het ultieme ijkpunt.
Kan dit een verhelderende reactie zijn op je bericht ?
Jazeker, Levinas en Lyotard hebben veel met elkaar gemeen. Een verschil is dat Levinas dat waarachtige contact - het mag klein zijn - nog wel oplaadt met iets transcendents.
Verwijderen