Is romankunst per definitie een elitaire aangelegenheid? Naar aanleiding van de opmars van AI is dat een vraag waar tot reflectie geneigde schrijvers de laatste tijd mee worstelen. Want dankzij kunstmatige intelligentie kan iedereen met het grootste gemak teksten schrijven, dus kan iedereen zich dan kunstenaar noemen? Onder anderen Thomas Heerma van Voss breekt zich daarover het hoofd in Trouw en NRC. Hij is geneigd om het maken en beleven van echte kunst in verband te brengen met opofferingen, grote moeite en tegendraadsheid, allemaal zaken waar AI haaks op staat. Moet je dan concluderen dat daarvoor een elite onmisbaar is die zich verre houdt van automatisering?Uit de teneur van de artikelen van Heerma van Voss begrijp ik dat hij de beleving van kunst gunt aan meer mensen dan alleen een maatschappelijke toplaag. Hij wil niet elitair zijn. Maar elitarisme is niet zijn grootste probleem. Echt zwaar tilt Van Voss aan de lege, nivellerende en voorspelbare producten die AI oplevert. Die doen bij hem “alleen maar het verlangen groeien naar iets dat afwijkt. Kunst waarin bochten worden genomen die niet logisch te verklaren zijn en die ontstaan uit langdurig geploeter. Een registerwisseling waar geen eenduidige logica of structuur in te ontdekken valt. Onverklaarbare rafelranden die voorbij gaan aan elk meetbaar nut of het dominante marktdenken, en die zo de vreemde sensatie teweegbrengen waar boeiende kunst nu eenmaal patent op heeft”.
Als je wilt kun je dat een vorm van elitarisme noemen. Want wie hebben de tijd en het geld voor langdurig geploeter? Voor zowel het schrijven als het lezen van romans moet je tijd en middelen hebben, plus een goede scholing. Schrijver Lize Spit zegt in dat verband: “Literatuur kan zich haar eigen elitarisme niet meer permitteren. Wat literatuur je nu echt kost, is niet het geld van de lezer, maar de tijd van de lezer, en die is zoveel waard geworden, er liggen zoveel alternatieven”.
Maar, zoals gezegd, elitarisme is niet Van Voss’ grootste probleem. Hij zit meer in zijn maag met de verplatting van literatuur: “...dit alles is toch niet, tja, de bedoeling? Of eigenlijk: voor goede kunst is toch altijd een weg voorhanden, en die kunst moet toch draaien om een zekere onverwachtheid, tegendraadsheid, om iets wat niet uit een door bestaand werk gevormde database voortkomt?” Er bestaat, zegt Van Voss, een diep menselijk verlangen naar zoekende gedachtes en afwijkendheid. “Dat raadselachtige, vaak zo individuele sentiment: dat je via een kunstwerk tijdelijk een ander kan worden en jezelf kan terugzien. De troost die daarin besloten ligt.” En als daarvoor een zeker elitarisme vereist is, dan moet dat maar, zo begrijp ik Van Voss, want zonder dat “vervliegt elk onderscheid tussen simpel en complex werk, tussen hoge en lage cultuur, tussen vluchtig en doorwrocht, tussen kunst die tegemoetkomt en kunst die vervreemdt”. Maar deze formulering van het kernprobleem brengt hem toch weer regelrecht terug naar het elite-probleem. Want, inderdaad, het zullen vaak de mensen zijn die alles al voor elkaar hebben, of misschien zelfs verveeld zijn met alles wat ze hebben, die naar die complexiteit op zoek gaan. Vandaar opnieuw de vertwijfelde vraag van Van Voss: “Of is dit alles van mij ook een elitaire houding?” Het blijft hem dwarszitten.
Ik zou als tegenvraag willen stellen: is voor de beleving van andersheid, die voor Van Voss zo wezenlijk is, per se literatuur nodig? Die vraag komt enerzijds voort uit mijn herkenning van de centrale plaats die Van Voss geeft aan andersheid, de vruchtbare verstoring van mijn universum door de ontmoeting met het universum van een ander. Dit alles resoneert bij mij, omdat mijn favoriete filosoof Levinas spreekt over het ‘verlangen naar de ander’, naar absolute andersheid, naar overstijging van de formele logica, de sensatie van voorrang geven aan wat je niet begrijpt maar je wel beetpakt.
Maar anderzijds: ik heb mijn leven lang maar weinig gehad met literatuur. Ik ben nooit een groot lezer van romans geweest en moet altijd tot mijn schande bekennen dat ik niets van Reve, Hermans of Mülisch gelezen heb, noch van Cervantes, Tolstoi of Thomas Mann. Ik heb kennelijk romans altijd als onnodig lange omwegen gezien om aan te komen op precies datzelfde punt van de raadselachtige andersheid van “tijdelijk een ander worden” en te stuiten op het verrassende universum van een ander mens.
Ik ben daarom minder somber dan Van Voss over een eventueel verdwijnen van de romankunst. Want als de ervaring van absolute andersheid inderdaad is wat we zoeken, dan is het goed om te weten dat die ervaringen heel eenvoudig kunnen plaatsvinden. Namelijk overal waar mensen gewone dagelijkse interactie met elkaar hebben, in onooglijke activiteiten op het werk, in het huishouden of in de kroeg. Daar kan de ervaring zich voordoen van een ander mens met een totaal eigen universum, dat je nooit had kunnen verzinnen. Die hoeft niet lang en doorwrocht voorbereid te zijn, die kan in zijn overrompelende heftigheid kort, zelfs ultrakort duren. Met als bijvangst dat het probleem van het elitarisme verdwijnt. Verder blijft, voor liefhebbers de lange weg van de literatuur uiteraard beschikbaar.
Zie ook Zelfreflectie door de ander.
Wil je commentaar geven of zien: klik op De roman als omweg en scrol naar beneden door.
AI roept veel angsten op o.a. voor de kwestie of AI de basis onder onze creatieve schrijfvruchten teniet doet. En daarmee het bestaansrecht van romanciers. Maar AI moet tot nog toe vooral gevoed worden door wat we er eerst zelf instoppen. Heel origineel en creatief is AI uit zichzelf nog niet gebleken. Ik zou als romanschrijver, die ik overigens niet ben, gewoon rustig verder gaan met schrijven.
BeantwoordenVerwijderenNaud,
BeantwoordenVerwijderenJe hoeft niet alles te lezen. Dat is geen schande. Maar de Toverberg van Thomas Mann is wél verplichte lectuur voor een man als jou. Met vriendelijke groet, Walter
Naud, Many thanks. To my mind, the AI question is an obvious red herring. The elitist question, while not exactly a red herring, seems to me to be deeply uninteresting. One might compare it to an analysis of what poets/musicians/artists ate for breakfast. Even if a survey shows, as it probably would, that famous/successful writers have much higher than average education it would tell us nothing about the potential for great writing to come from any quarter. John Clare is our prime example.
BeantwoordenVerwijderenI am baffled at your concern at the time required to complete a serious work. My impression is that artists of all types are motivated by a compulsion (which you and I do not share) to create and communicate. And if not , they give up. While many of us might regret the way we have spent our time during a long career in employment one would hesitate to project such feelings onto someone with such a different life experience.
Perhaps Susanne Langer will make you more enthusiastic about reading novels. Best wishes, Daniel
Thanks for your reaction, Daniel. As to the concern about the amount of effort and time involved in creative labour, that's primarily Van Voss' concern. But at the same time he assigns great value to precisely the invested effort, something AI doesn't know about.
VerwijderenHallo Naud, Het zijn vooral de twee laatste alinea’s van je tekst waar ik op reageer. ( De AI discussie en wat die betekent voor schrijvers is me te ingewikkeld). Ik ben een lezer. Van romans die over de verhouding, de verbinding (!), de conflicten, de liefdes, de machteloosheid, de durf, de talenten of het verdriet van mensen gaan. Hoeveel situaties, uit het leven gegrepen, heb ik tot mij genomen, heb ik meebeleefd, heb ik lessen uit geleerd? Te veel om op te noemen. Personages, karakters leren kennen die me bij blijven. Sommige zoek ik na jaren wéér op en dan ben blij met de hernieuwde kennismaking. Het zijn wel is waar papieren mensen, maar ze zijn levensecht en herkenbaar. Sommige situaties zijn vergezocht, maar dat is ook een kenmerk van het echte leven. De Canadese filosofe Martha Nussbaum bepleit al jaren het meer vertellen van verhalen, en zij doelt dan op de grote namen uit de wereldliteratuur. Inderdaad: Dostojewski, Tolstoi, Shakespeare en nog zoveel anderen. Zij hebben de eeuwen doorstaan, omdat hun verhalen over echte mensen gaan met universele gevoelens, gedachten en ervaringen.
BeantwoordenVerwijderenJij stelt dat je deze rijkdom ook kunt vinden in de ontmoeting met de Ander, een ander, een mens. Dat stelt voorwaarden aan de intensiteit van de ontmoeting, aan de bereidheid van jou en de ander om werkelijk contact te hebben en de wil om de ander te willen kennen. In het echte leven vergt dat nog al wat. Ik maak het wel eens mee, maar dat zijn uitzonderlijke gebeurtenissen.
Ja, lezen is daarbij vergeleken een passieve, eenzijdige bezigheid. Maar wat gelezen is beklijft en na al deze jaren van lezen ben ik er van overtuigd dat lezen mij gevormd heeft tot wie ik ben. Lezen om mensenkennis op te doen, om meegesleept te worden in een verhaal, dat is voor mij geen omweg. Echt contact met een ander mens: dat is een labyrint: zoekend en tastend en struikelend het pad naar de eigenheid van de ander zoeken…
Ik gun je de rijkdom van het lezen. De Toverberg heb ik ook niet gelezen, maar er is zovéél meer om uit te kiezen! Wie weet hebben we het er nog eens over, een hartelijke groet, Doesjka
Hallo Doesjka, Dank voor je aandachtige reactie. En ik denk dat je gelijk hebt, dat er een enorme rijkdom verscholen ligt in de wereldliteratuur. Dat ik het meeste daarvan niet gelezen heb voel ik ook als een tekortkoming, mijn tijd gaat kennelijk in andere dingen zitten. Misschien kan ik nog wat inhalen...
VerwijderenMaar mijn blogbericht was voornamelijk gericht op het centraal stellen door Heerma van Voss van één verdienste van literatuur. Niet zozeer de rijkdom ervan, maar de ervaring van andersheid, van andere mensen en andere universums. Dat raakt aan Levinas' en mijn thema van de scheiding. En ik vind het belangrijk dat die ervaring al te vinden is in alledaagse situaties en interacties, ook buiten de grote literatuur.
Hartelijke groet, Naud