vrijdag 17 juli 2026

Levinas en ontspanning


Volgens hoogleraar Gert-Jan van der Heiden was Levinas in Nederland ooit zo populair onder filosofen en theologen dat het soms nodig was om te zeggen dat niet iedere ander ongevaarlijk en hulpbehoevend is. En inderdaad, die wat mij betreft naïeve en overvragende interpretatie van Levinas kwam je veel tegen, en die doet nog steeds regelmatig opgeld. In het deeltje van ‘Kopstukken filosofie’ over Levinas zeggen Marcel Poorthuis en Joachim Duindam het als volgt: “De zieke, de arme, de weduwe en de wees zijn in de teksten van Levinas prototypes van het appèl op zorg dat iedere mens op mij doet”. 

Maar het is toch evident dat een universeel verplichtende, opofferende houding tegenover al je medemensen onhaalbaar is? Je vraagt je af hoe een dergelijke opvatting van Levinas ooit populair kon worden. Het antwoord is dat die interpretatie van Levinas naadloos aansloot bij een al even veeleisende en universeel geachte ethische traditie met diepe wortels in het Westen, namelijk die van christendom en kantianisme. Met het terugtreden van die traditie (met name van het christendom) kon de lege plek tijdelijk gevuld worden door de omarming van een Joodse filosoof aan wie men dezelfde overspannen opvattingen toekende.

Wat men over het hoofd zag: de plaats die Levinas geeft aan genieting en plezier, en aan de mogelijkheid goede verhoudingen gewoon aan te treffen, te vinden in de werkelijkheid. Ik geloof daarom ook niet in de loodzware, zeg maar calvinistische interpretatie van Levinas. Ik benadruk eerder het omgekeerde: je hoeft je bij Levinas niet in het zweet te werken om de Ander recht te doen.

Ten eerste omdat de Ander niet zomaar iedere ander is, maar degene die bij jou inbreekt. Dat kán een klootzak of kankerpit zijn, zeker, maar het zal beslist niet iedere klootzak of andere mens betreffen. De inbreuk overvalt je en dan zul je er waarschijnlijk naar handelen. 

Ten tweede, en het belangrijkste, het initiatief tot de relatie gaat niet van mij uit maar van de ander. Het gebeurt gewoon. Voorbereiding daarop door empathie of oefening is maar heel beperkt of niet mogelijk, vanwege – volgens Levinas – de absolute onkenbaarheid van de ander. Er komt, in afwijking van de westerse traditie, dus minder initiatief tot deugdzaamheid bij het ik te liggen. Levinas benadrukt juist dat ik helemáál niet het startpunt ben. Er zijn momenten dat er niets overblijft van het met plichten beladen, activistische ik omdat ik geraakt word door een ander, door zijn kwetsbaarheid, of door haar gepijnigde blik of zichtbare pijn. Dan neemt zo’n ander het over en ik laat me daardoor bepalen. In plaats van overspannen deugdzaamheid is er eerder een soort passiviteit aan de kant van het ik. Zo bezien heeft Levinas iets ontspannends in plaats van onhaalbaar belastends.

Op dat punt situeer ik het revolutionaire aspect van de benadering van Levinas. Want hij komt uiteindelijk bij andere waarden uit dan die gangbaar zijn in filosofie en ethiek: heteronomie zet hij tegenover, of op z’n minst naast autonomie, passiviteit zet hij tegenover initiatief, de ander komt soms als vanzelf vóór het ik, en niet door zelfkwellende oefening.

Zie ook Overspannen spraakverwarring. en Wie is de Ander bij Levinas?

Wil je commentaar geven of zien: klik op Levinas en ontspanning en scrol naar beneden door.

maandag 6 juli 2026

AI en denkschaamte


Het kost altijd moeite om uit te leggen dat denkschaamte een constructief verschijnsel is. Denkschaamte is de verlegenheid over je eigen denken, ook al was dat denken alleen maar oprecht goed bedoeld. Het kan optreden wanneer, ondanks jouw goede intenties, en volledig tegen je verwachtingen in, de ander juist doodongelukkig blijkt te worden van jouw goedbedoelde ideeën. Die ontdekking kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een ouder die nadrukkelijk denkt te weten wat goed is voor zijn kind, of bij de manager die zich enthousiast opdringt aan haar medewerkers. 

Als die denkschaamte optreedt, ontdek je in een split second dat je over de grens van een ander bent heengegaan: ‘Sorry’. Schaamte is nooit leuk, dus denkschaamte in eerste instantie ook niet. Maar als ik weet dat ik de veroorzaker ben van de pijn die iemand anders toont, dan kan ik bijna niet anders dan me verontschuldigen. Over het algemeen is dat de start van een kwalitatief betere relatie met die ander, en zo wordt het verschijnsel constructief.

Cruciaal in deze dynamiek is het eigenaarschap van de kwetsende beweging waarmee alles begint. Het was mijn goede ideetje waarmee ik de ander overliep, het waren mijn goede bedoelingen die de ander in de hoek dreven.

Met grootschalig gebruik van AI zou deze hele dynamiek wel eens anders kunnen komen te liggen. Ik kan misschien nog enige trots of eigenaarschap ontlenen aan de prompt die ik aan AI voorleg voor het genereren van ideeën, maar het is verder toch overduidelijk dat de resultaten niet uit mijn koker komen. Het is zeer twijfelachtig of ik zelf nog de eigenaar ben van het resulterende ‘denkwerk’.

Maar dat betekent ook dat de effecten van dat denkwerk op anderen minder op mezelf terugslaan. Ik zal me minder aangesproken voelen door kwetsuren die het aanricht, ik heb de ideeën ook maar ergens anders vandaan. Tech-denker en journalist Jamie Bartlett bevestigt dat. Hij vertelt in NRC dat het uitbesteden van gedachtenvorming aan AI hem als denker en schrijver luier dreigt te maken. Dat impliceert een vermindering van het gevoel van eigenaarschap van de resulterende ideeën, en dat betekent een verkleining van het gevoel verantwoordelijk te zijn voor wat die ideeën bij anderen aanrichten. Ze zijn toch niet (helemaal) van jezelf.

Desondanks neemt Bartlett een omgekeerde beweging waar: AI kan het gevoel geven dat we slimmer zijn dan we zijn. Mensen krijgen een iets te hoge dunk van hun eigen kunnen en een iets te lage van die van anderen. “Of het gevoel dat hun ideeën beter zijn dan ze zijn. Of dat ze altijd gelijk hebben. AI kan dat absoluut versterken.” Hij ziet dat uitlopen op een samenleving waarin “bedrijven net iets minder goed functioneren, er net iets meer onenigheid is in teams, maar niemand precies kan uitleggen hoe dat komt”.

Maar, anders dan Bartlett, ben ik geneigd te zeggen: zo nieuw is dat helemaal niet. De illusie het beter te weten dan een ander, en voor anderen te denken, is zo oud als de wereld. Die is ook inherent aan (zelf) denken. En dat daardoor bedrijven en teams net wat minder functioneren dan wenselijk is hoort daar al eeuwen bij. Ik ben het met hem eens dat je niet hoeft te hopen dat AI daar iets aan verandert. Maar AI kan er wel toe bijdragen dat het vrij onzichtbare maar wezenlijk constructieve en corrigerende verschijnsel van de denkschaamte uit de dynamiek verdwijnt. Omdat excuses voor je denken alleen maar relevant zijn als die gedachten ook werkelijk van jezelf waren. 

Het zou toch jammer zijn om dat kwijt te raken.

Zie ook IJsbergen en blinde vlekken.

Wil je commentaar geven of zien: klik op AI en denkschaamte en scrol naar beneden door.