donderdag 26 oktober 2023

Ironisch


Het is ironisch, onwerkelijk en verbijsterend om juist deze dagen, waarin het in het Midden-Oosten gaat om grond en militaire actie, bij de Duitse filosoof Heidegger bepaalde passages te lezen uit zijn dagboeken, ook wel de Schwartze Hefte genoemd. Zij worden als volgt gepresenteerd door de filosoof Jean-Luc Nancy in zijn boek The Banality of Heidegger.

►  Ontworteling en dus Bodenlosigkeit (gebrek aan eigen grond) is een ondersceidend kenmerk van het Jodendom. Het gebrek aan grond bestaat in – of leidt tot – “aan niets gebonden zijn, alles ten eigen dienste stellen (het Jodendom)”. (Citaat van Heidegger in deze zin: uit ‘Überlegungen VII-XI’, Schwartze Hefte 1938/39, p. 97).

► Door dat gebrek aan een eigen land schrijft het Jodendom zichzelf uit de menselijke geschiedenis want “gebrek aan grond sluit zichzelf uit.” (Citaat van Heidegger in deze zin: uit ‘Überlegungen VII-XI’, Schwartze Hefte 1938/39, p. 97). Heeft Heidegger gedacht, zo vraagt Nancy zich af, dat het Jodendom bij die zelfdestructie een handje kon worden geholpen, bijvoorbeeld door de antisemitische Neurenberger wetten?

► De minachting voor het (toenmalige) gebrek aan eigen grond wordt bij Heidegger versterkt doordat Joden dus ook niet weten wat vechten is: “Het wereldjodendom (…) hoeft niet deel te nemen aan militaire actie, terwijl wij het beste bloed van het beste van ons volk moeten opofferen.” (Citaat van Heidegger in deze zin: uit ‘Überlegungen XII-XV’, Schwartze Hefte 1939-1941, p. 262). 

Heidegger zou er waarschijnlijk niet mee gezeten hebben om in de hedendaagse situatie precies het omgekeerde te zeggen. Een beetje zoals in de vorige eeuw de antisemitische communisten de Joden verafschuwden vanwege ‘hun’ kapitalisme, en de antisemitische kapitalisten omdat ze allemaal communisten zouden zijn. 


Wil je commentaar geven of zien: klik op Ironisch en scrol naar beneden door.

vrijdag 13 oktober 2023

Toxisch


De Frans-Joodse denker Levinas bedrijft sociale filosofie in die zin dat hij voortdurend spreekt over verhoudingen tussen mensen. Hij heeft het veel over face-to-face ervaringen en die beschrijft hij het liefst als ontmoetingen met ‘het gelaat van de ander’. Dat is wat hem betreft niks uitzonderlijks, die ontmoetingen vinden op dagelijkse basis plaats. Hij vindt die al terug in het openhouden van een deur voor iemand, of in een simpel “Na U!” Loopt zijn denken daarmee niet het risico om te verworden tot een kneuterige filosofie van de aardigheid waar niemand het mee oneens kan zijn? Schattig en lief, maar politiek krachteloos en ongevaarlijk? Vergeleken met de kritische filosofie à la Foucault of de Frankfurter Schule,  die maatschappelijke machtsstructuren en structurele sociale ongelijkheid aan de kaak stellen, kan Levinas’ filosofie inderdaad naïef lijken. 

Maar dat hoeft die niet te zijn. Om dat te illustreren citeer ik een bespreking van De mythe van normaal – Over trauma, ziekte en heling in een toxische maatschappij, een recent boek van de Canadese arts en verslavingsdeskundige Gabor Maté. De recensent legt uit wat Maté bedoelt wanneer hij schrijft over socialiteit, verbinding en trauma. “Omdat wij mensen zeer afhankelijk zijn van onze verbindingen met elkaar en de wereld om lichamelijk en geestelijk gezond te blijven, zijn we ook zeer kwetsbaar voor verwonding. Gabor spreekt over trauma met een grote ‘T’ en met een kleine ‘t’. De eerste vorm kennen we inmiddels wel. Dat gaat over trauma ten gevolge van mishandeling, seksueel misbruik, geweldservaringen, kortom alle grote en zware inbreuken op onze integriteit als mens. Maar er bestaat een veel sluipender vorm van trauma. Dat gaat over al die kleine momenten dat je niet gekend of gezien werd terwijl je dat nodig had, die kwetsende opmerking die zomaar voorbij komt omdat iemand slecht gezind is, gebrek aan positieve ervaringen of een ongelukkige pesterij van een paar leeftijdsgenoten.”

Wat hier van Trauma met een grote T gezegd wordt: “die vorm kennen we inmiddels wel”, ben ik geneigd te zeggen van Geweld met een grote G: het geweld van de politieke machtsstructuren, en van oorlog. Dat went nooit, zoals we met de actuele geweldsuitbarsting in en rond Israël deze dagen weer ondervinden. Maar in zekere zin kun je zeggen: dat kennen we inmiddels wel, want dat geweld is uitvoerig geanalyseerd (hoewel nooit genoeg) door de kritische sociale filosofen. Het geweld van de alledaagse menselijke verhoudingen is daarentegen onderbelicht gebleven in de filosofie. Terwijl, zoals de recensie duidelijk stelt, die geweldsmomenten kunnen optellen tot een serieus trauma. Dat is ten eerste al erg genoeg voor degenen die dat oplopen op persoonlijk niveau en Levinas vraagt daar dus terecht aandacht voor. Maar voor het politieke niveau zijn die trauma’s net zo goed relevant, omdat die mede bijdragen aan een toxische samenleving waarin mensen uiteindelijk hun toevlucht zoeken in gewelddadige, radicale politieke bewegingen. Ook dat geweld zou weleens akelig actueel kunnen zijn in het huidige Midden-Oosten. In zijn thematisering van intermenselijk geweld – álle geweld, van interpersoonlijk tot politiek/militair en terroristisch – ligt dus de ook een grote politiek-maatschappelijke relevantie van Levinas’ filosofie verscholen.

Zie ook Levinas en politiek en Troost.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Toxisch en scrol naar beneden door.

donderdag 28 september 2023

Zo hebben we het niet bedoeld


In haar Trouw-columns over sociale media onder de titel Swipen&klikken maakt Kelli van der Waals me vaak spontaan aan het lachen. Dat moet te maken hebben met de woorden die ze gebruikt en de ordening ervan, maar ik kan de trigger meestal niet precies aanwijzen.

Afgelopen maandag kon ik er wél de vinger op leggen. Ze sprak over boomers (met geboortejaren tussen 1946 en 1964; met 1955 zit ik er precies middenin) als een generatie voor wie, dankzij de gunstige historische omstandigheden, de wereld aan hun voeten heeft gelegen. Er was relatief goede werkgelegenheid, sociale zekerheid, gezondheidszorg en tenslotte pensioen. En je kon nog zonder schuldgevoel de aarde vergiftigen. Ze begrijpt dat het even schakelen is voor die generatie als de klimaatdreiging nu komt inbreken in dat paradijs, kortom “als vliegen of vlees eten opeens niet meer de bedoeling is”. 

Dat laatste is goed uitgedrukt van Van der Waals. Het was inderdaad de bedoeling. Hogere machten hadden bepaald dat dat goed was. Er móest en zou gevlogen worden, het was zowat een burgerplicht om de wereld af te struinen, onderdeel van de opvoeding en gepropageerd door belastingvrije kerosine. Sowieso was veel consumeren bijna een daad van vaderlandslievendheid, zoals Rutte een jaar of tien geleden illustreerde met zijn voorstel om ieder huishouden 1000 euro te geven voor stimulering van de economie. Ja, dan moet ik even lachen om het woord ‘bedoeling’, maar het is natuurlijk alles bij elkaar een treurige zaak. De richting van de bedoeling van onze politici en opvoeders is kennelijk volkomen fout geweest, ze hebben de plank mis geslagen. De gevolgen zijn niet mals: er moeten ons ‘opeens’ andere bedoelingen geleerd worden, maar zo mogelijk nog moeilijker: er moet weer vertrouwen komen in de politiek, nadat die ons zo lang met rare bedoelingen heeft opgezadeld.

Zie ook Ik heb makkelijk praten.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Zo hebben we het niet bedoeld en scrol naar beneden door.

vrijdag 22 september 2023

Kol Nidrei en andere illusies


Soms laten mensen zich gezeggen door het verdriet van een ander, op het moment dat hen duidelijk wordt dat ze die ander gekwetst hebben. Dat is de centrale stelling die de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas uitwerkt in zijn boeken.

Onder de vele kwetsuren die mensen elkaar toebrengen gaat de aandacht van Levinas vooral uit naar, wat hij noemt, ‘denkgeweld’. Dat treedt op waar de ene mens denkt voor de andere en die ander daar niet van gediend is. Het is een soort grensoverschrijding, Levinas noemt het ‘imperialisme’. De denker kan in de hooggestemde illusie verkeren dat hij de ander helpt. Maar de kwetsuur die de ander oploopt vanwege de opdringerigheid van de denker kan variëren van vernedering tot het gevoel klem gezet te worden. Als de denker dat opmerkt kan hij schrikken van zijn eigen illusie en zijn gedrag aanpassen.

Wanneer je met mensen praat over deze stelling van Levinas dan herkennen ze vaak dat verschijnsel wel en kunnen ze concrete ervaringen daarvan aanwijzen in hun eigen leven. Maar tegelijkertijd stellen ze vaak de vraag: waarom zijn er ook mensen die zich níet laten gezeggen door het verdriet dat ze bij een ander veroorzaken; die gewoon doorrausen, hun eigen soevereine gang blijven gaan met hun opdringerige plannetjes? Wat maakt dat de ene mens gevoelig is voor de kwetsuur van het Gelaat (zoals Levinas de gekwetste ander noemt) en een andere mens niet?

Dat vind ik iedere keer weer een intrigerende vraag en ik heb er geen antwoord op. Sommige Levinaslezers denken dat je die gevoeligheid kunt trainen. Bijvoorbeeld door goed te luisteren naar anderen en jezelf daarin te oefenen. Ik denk dat dat niet verkeerd is, al was het maar omdat je een soort alertheid ontwikkelt ten aanzien van illusies waarin je mogelijk doordraaft en grenzen overschrijdt. Daar ligt voor mij ook de waarde van Jom Kipoer, de Grote Verzoendag die we vanaf zondagavond tot maandagavond weer vieren: het is altijd goed om jezelf systematisch, in dit geval via een speciaal gemarkeerde dag met vasten en een indringende liturgie, voor ogen te houden waar je de fout ingaat. Om dat te kunnen doen moet er een taal voor zijn en de liturgie van Jom Kipoer biedt die taal. Zo bezien is Jom Kipoer op te vatten als een training in gevoeligheid, doordat je een hele dag met die taal in de weer bent.

Maar ik blijft sceptisch ten aanzien van de gedachte dat je illusies eruit kunt trainen. Want illusies zijn nu eenmaal inherent aan het denken. Dus, zolang we het denken niet opgeven (en dat lijkt me geen goed idee) zullen illusies blijven optreden en dus ook de kwetsuren die zij veroorzaken. Ik geloof wel dat bezinning op de effecten van ons denken en handelen verbeteringen oplevert, maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat we door onze illusies verrast zullen blijven en daar ongewild anderen mee blijven kwetsen.

Het mooie is dat die scepsis ten aanzien van het tegengaan van illusies ook al in de liturgie van Jom Kipoer een plaats heeft gekregen. Namelijk in het Kol Nidrei, waar we alvast aandacht vragen voor de beloften (op te vatten als hooggestemde intenties of illusies) die we in de toekomst zeker zullen gaan breken. Verre van een vrijbrief te bieden voor het lukraak aangaan en breken van beloftes – zoals deze tekst door kwaadwilligen wel geïnterpreteerd is – getuigt het Kol Nidrei hiermee van realisme en een diep inzicht in de verraderlijkheid van het menselijke denken. Het uitspreken van het Kol Nidrei is daarmee al meteen een oefening in gevoeligheid.


Wil je commentaar geven of zien: klik op Kol Nidrei en andere illusies en scrol naar beneden door.

maandag 4 september 2023

Leo Mock z.l.


Hij probeerde het wel, tijdens het maandelijkse ‘Lernen met Leo’ van Crescas, om tot uitwisseling van meningen en tot dialoog te komen. Meestal aan het begin van het uur, dan kon hij weleens expliciet vragen om opinies en eigen inbreng van de deelnemers over de parasja (het stuk van de Tora dat die week in sjoel gelezen werd). Maar vervolgens ging hij al snel van de een naar de ander, een echte uitwisseling kwam er vaak niet van. Leo stak van wal en dan kon je er niet gemakkelijk meer tussenkomen. Soms stak iemand schuchter zijn hand op, zonder succes, en dan nog een paar keer voordat Leo erop inging – meestal maar kort. Zijn goede voornemens ten spijt, Leo had gewoon het temperament er niet voor om dialogisch te doceren.

Maar dat gaf helemaal niets. Integendeel, ik vond het vaak een feest om nu eens niet ‘interactief’ te hoeven zijn en alleen maar te mogen luisteren naar deze geweldige docent. Zijn uitleg van de parasja was altijd onderhoudend, getuigde van een diepgaande en doorleefde kennis van de Joodse traditie (‘het project van Abraham’, zoals hij het noemde), en er viel altijd wat te lachen door zijn snelle grapjes en imitaties. 

Geestverruimend vond ik iedere keer hoe hij zijn achtergrond van jesjiva-student wist te combineren met een brede historische blik. Hij had oog voor de manier waarop de verschillende historische periodes hun sporen nalieten in de traditie. Dat stelde hem in staat om orthodox te leven en tegelijkertijd de traditie vanaf een zekere wetenschappelijke afstand te bekijken, een voor Nederland zeldzaam mooie combinatie met vaak geestige relativeringen als gevolg.

We gaan hem missen. Gelukkig heb ik nog een stapel schriften met aantekeningen van zijn uitleg (“Naud, opschrijven dit!”). Die ga ik systematisch doornemen.

Zie ook Ido Abram.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Leo Mock z.l. en scrol naar beneden door.

vrijdag 25 augustus 2023

Zo democratisch ingesteld is de gemiddelde Israëliër niet


Het klopt niet helemaal, of misschien wel helemaal niet, wat ik schreef over een veronderstelde ‘democratische inborst’ van de gemiddelde Israëliër. In het blogbericht Wonderen opper ik dat de stichters van Israël in hun euforie een bovengemiddeld vertrouwen hadden in de inherent democratische gezindheid van de burgers van de nieuwe staat. “Die zouden, met hun achtergrond als egalitaristische kibboetsniks, vrij debatterende Talmoedstudenten en slachtoffers van  dictaturen, van zichzelf zo rechtsstatelijk aangelegd zijn dat de nieuw te vormen staat het zou kunnen stellen zonder de gebruikelijke waarborgen.”

Maar uit gesprekken in reactie op dat blogbericht begreep ik dat die democratische gezindheid, ook bij Ben-Goerion c.s., wel wat te wensen overliet. Iemand wees me bijvoorbeeld op een recent opgedoken rede uit 1949 van Ben-Goerion voor de Knesset commissie voor “Constitutie, Wetgeving en Rechtspraak”. Daarin pleit hij tegen het opstellen van een grondwet voor Israël. 

In het Nieuw Israëlietisch Weekblad wond columnist Hans Knoop er ook geen doekjes om. Over de machtige Arbeiderspartij uit die dagen vertelt hij: “Die partij werd bevolkt en geleid door van oorsprong Oost-Europese apparatsjiks met een rudimentaire opvatting van democratie. Niet Westminster stond voor die generatie model en evenmin stond Montesquieu met diens scheiding der machten hoog bij hen in aanzien. Ik durf de stelling aan dat links in die jaren een grotere greep op Israël had dan nu met rechts het geval is. Het democratische en liberale gehalte van de modale Israëlische functionaris hield bepaald niet over.”

Aan de andere kant: als niet een groot deel van de Israëlische bevolking het gevoel zou hebben dat democratie en rechtsstaat tot het DNA van hun land behoren, dan zouden de demonstraties tegen de plannen van de regering Netanjahoe nooit zo massaal kunnen zijn als ze zijn. In datzelfde NIW beschrijft Asjer Waterman zijn betrokkenheid bij die demonstraties. Hij voelt “trots op de mensen die zich wekelijks inzetten om Israël te redden van de ineenstrortende democratie. Trots misschien ook wel op het idee van een democratische en Joodse staat.”

Maar van een vanzelfsprekende democratische gezindheid van de Israëliër kun je dus beslist niet spreken. Het zal nog een gevecht worden om het land overeind te houden.

Zie ook Meerstemmigheid.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Zo democratisch ingesteld is de gemiddelde Israëliër niet en scrol naar beneden door.

vrijdag 11 augustus 2023

Wonderen


Wonderen zijn mooie dingen, staat in het stuk van de Tora dat we deze week in sjoel lezen, maar hecht er niet te snel geloof aan. “Wanneer een profeet of een droomuitlegger uit uw midden een teken of een wonder voorspelt, dat vervolgens uitkomt, en hij verbindt daaraan een oproep om andere, u onbekende goden te volgen en te dienen – luister dan niet naar wat hij zegt…Blijf de Eeuwige, uw God, volgen en heb alleen voor hem ontzag”. Kennelijk zijn er in de loop van de tijd té veel pijnlijke en verwarrende ervaringen opgedaan met valse boodschappen en wonderen die bedrieglijk bleken om daar nog op te kunnen vertrouwen. 

David Ben-Goerion, mede-stichter en eerste premier van Israël, lijkt me er de man niet naar geweest te zijn om te geloven in wonderen. Daarvoor was hij te veel een macher, iemand die wist dat er veel mensenwerk verzet moest worden om Israël van de grond te krijgen. Hij wordt beschreven als realistisch, nuchter en een tikje humorloos. 

Toch wordt de stichting van de staat vaak voorgesteld als een al dan niet goddelijk wonder en Ben-Goerion misschien niet als profeet, maar op zijn minst als uitvoerder van dat wonder. Die voorstelling van zaken mag wat mij betreft grotendeels overeind blijven, want het feit dat Israël bestaat is van onschatbare waarde. Maar het wonder vertoont wat mankementen, en die zijn mogelijk wél terug te voeren op een ongefundeerd geloof bij Ben-Goerion c.s. in bovennatuurlijke krachten. Niet dat zij geloofden in goddelijk ingrijpen zoals de religie zich dat voorstelt. Maar wél hadden zij in hun euforie een bovengemiddeld vertrouwen in de democratische inborst van de burgers van de nieuwe staat. Die zouden, met hun achtergrond als egalitaristische kibboetsniks, vrij debatterende Talmoedstudenten en slachtoffers van  dictaturen, van zichzelf zo rechtsstatelijk aangelegd zijn dat de nieuw te vormen staat het zou kunnen stellen zonder de gebruikelijke waarborgen. Dat geloof kan verklaren waarom de staat rechtsstatelijk zo slordig werd ingericht – zonder grondwet en zonder een extra controlerende kamer. De stichters hebben zich niet kunnen voorstellen dat de democratische rechtsstaat op een bepaald moment van binnenuit zou worden uitgehold zoals nu door Netanjahoe en religieus rechts gebeurt. Ik ook niet trouwens, tot voor kort.

Reden genoeg om de Tora-boodschap van deze week serieus te blijven nemen. Er is niet zo gauw een goddelijke remedie of inherent Joodse karakteraanleg voorhanden die het ontbreken van staatsrechtelijke instituties kan goedmaken.

Zie ook Zo democratisch ingesteld is de gemiddelde Israëliër niet.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Wonderen en scrol naar beneden door.

vrijdag 4 augustus 2023

Verschillen


Als je plotseling Filosoof des Vaderlands geworden bent, krijg je van alle kanten verzoeken voor interviews. Je zult vaker dan normaal je opvattingen over allerlei dingen vertellen, maar ze daardoor ook steeds bijstellen en verfijnen. 

Dat proces is te volgen bij Marjan Slob die in maart aantrad als nationale denker en sindsdien veelvuldig in het openbaar optreedt. Ik constateer een nadere precisering op een klein onderdeel van haar interessegebied, namelijk dat van onze omgang met verschillen. Voor mij is dat, in navolging van Levinas met zijn gevoeligheid voor totaliserende tendensen, een belangrijk thema. Levinas pleit ervoor om de eigenheid en andersheid van ieder mens serieus te nemen, en automatisch volgt daaruit dat je tussen mensen (grote) verschillen zult aantreffen. Geef die vooral de ruimte, is zijn boodschap.

Voor zover ik Slobs opvattingen een beetje ken zal zij dat standpunt van Levinas zeker onderschrijven. Dat kun je al opmaken uit de titel van de bundel interviews met haar: Ruimte maken voor het andere. Toch zegt zij daar “Maak de wereld groter, ruimer en je ziet dat er eigenlijk geen verschil is tussen jou en de ander”. Het is duidelijk wat ze bedoelt: de ene mens is niet meer waard dan de ander, we moeten uitgaan van menselijke gelijkwaardigheid. Maar Slob moet beseft hebben dat deze formulering in het vaarwater terecht kan komen van ideologieën zoals fascisme en communisme die, omwille van een utopisch einddoel, de neiging hebben om verschillen tussen mensen weg te praten en glad te strijken. Daar wil ze, denk ik, beslist niet mee geassocieerd worden. Dat kan verklaren waarom ze iets later, in een interview in het Noordhollands Dagblad, de formulering daarop aanpast: “Je zult zien dat er tussen jou en de ander eigenlijk geen verschil is in menselijkheid” (mijn onderstreping). In veel andere opzichten zullen mensen verschillen en blijven botsen met elkaar.

Zie ook Badiou, Levinas en verschillen en Meerstemmigheid.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Verschillen en scrol naar beneden door.


vrijdag 28 juli 2023

Meelopen après la lettre


De vraag: “wat te doen met Heidegger?” klinkt regelmatig in de filosofie en aanverwante terreinen. Want Heidegger is een filosofische gigant van de 20e eeuw met uitstraling naar de gebieden van kunst, psychiatrie, theologie en literatuurwetenschappen. Je kunt eigenlijk niet om hem heen. Probleem: de man deugt niet. Hij was van 1933 tot 1945 lid van de de nazipartij, bleef zijn levenlang geloven in de bijzondere “zijnshistorische missie van het Duitse volk” en heeft nooit enige spijt betuigd over de Duitse misdaden uit de Tweede Wereldoorlog.

In dat licht gezien is het verbijsterend om te zien met welke vanzelfsprekendheid Heidegger als filosofische autoriteit erkend wordt. Op al die terreinen waar men uit zijn werk put is het gebruikelijk om aan het begin hoofdschuddend even stil te staan bij zijn bruine interesses, zich eventueel nog af te vragen of er een verband te leggen is tussen ’s mans filosofie en zijn nationalistische sympathieën. Men concludeert dan het liefst van niet, want daarvoor is zijn bijdrage te zeer onmisbaar.

Daarom vond ik het verrassend om een filosoof te treffen die de gebruikelijke vergoelijking van Heidegger simpelweg weigert. Als een daad van verzet, tegen het meelopen après la lettre. Die filosoof is Miriam Rasch. In haar boek Frictie over techniek en dataïsme vertelt zij dat ze niet rechtstreeks naar Heidegger wil verwijzen als het gaat om kritische techniekfilosofie, maar dat liever indirect doet: via het werk van de minder beladen auteurs Caputo, Capurro en Eldred. Zij verklaart haar positiekeuze als volgt:

“Hoe de kritische analyse van technologie als grote gelijkmaker (‘Gleichschaltung’: het op één lijn brengen en elimineren van tegenstand, dingen ondergeschikt maken aan een gemeenschappelijke maat’, aldus Stuart Elden) in een geest als die van Heidegger samen kon gaan met de politieke overtuiging dat bepaalde groepen mensen vernietigd moeten worden (ook een vorm van Gleichschaltung), is moeilijk te bevatten. Even lastig te begrijpen vind ik het dat die overtuiging uiteindelijk zo weinig invloed heeft gehad op de receptie van zijn werk. Inmiddels benoemt iedereen weliswaar de olifant in de kamer (zoals nu, hier). Om vervolgens over te gaan op de exegese van de teksten. Het is een feit dat je de twintigste-eeuwse westerse filosofie niet kunt bestuderen of begrijpen zonder Heidegger; je kunt niet onder hem uit. Ik kies ervoor om hem grotendeels indirect te behandelen. Heidegger beriep zich op de geschiedenis die teruggaat tot aan Plato en Aristoteles, ik beroep mij op hen die dezelfde beweging hebben gemaakt – zoals Rafael Capurro en Michael Eldred.”

Je kunt je afvragen of dit niet een leeg gebaar is van Rasch, want bijvoorbeeld Capurro en Eldred, op wie zij zich oriënteert, volgen in hun analyses de kritische techniekfilosofie van Heidegger. Ik vind haar positiekeuze moedig en meer dan louter symboliek, omdat Heidegger over het algemeen te makkelijk wegkomt met zijn immorele gedrag. Daar moet meer over gesproken worden.

Zie ook Heidegger en de Joden.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Meelopen après la lettre en scrol naar beneden door.

woensdag 19 juli 2023

Gerechtigheid


Deze week lezen we in sjoel uit het eerste hoofdstuk van de profeet Jesaja. Het wordt de eerste van een reeks van zeven lezingen uit Jesaja, die loopt vanaf nu tot aan het Joodse Nieuwjaar. Jesaja profeteert in zijn boeken over het koninkrijk Juda en de hoofdstad Jerusalem in de periode van de Judese koningen Oeziahoe, Jotam, Achaz en Jechizkiahoe. Die vier koningen worden vermeld in de eerste zin, en hun regeerperiodes bestrijken het tijdvak van rond 760 tot 698 voor de gebruikelijke jaartelling, dus bij elkaar zo’n 62 jaar. 

In die periode kwam de dreiging voor de twee Hebreeuwse koninkrijken Israël en Juda hoofdzakelijk van de grootmacht van die tijd, het Assyrische rijk. Het noordrijk Israël valt daaraan ten prooi in het jaar 722, dus midden in de periode waarover Jesaja profeteert, en de bevolking wordt weggevoerd. Jesaja spreekt er niet veel over, want hij woont daar niet, maar des te meer heeft hij het over de Assyrische dreiging die vervolgens op het zuidrijk Juda gericht is. Hij voorziet voor Juda een soortgelijke ramp als die Israël is overkomen. Hij waarschuwt daarvoor en roept zijn volksgenoten op om ter voorkoming daarvan hun leven te beteren.

Tot zover de historische tijdlijn, van 2700 jaar geleden. Daarnaast is er de tijdlijn van de Joodse jaarcyclus, die dit jaar loopt van september 2022 tot september 2023. Volgens de Joodse kalender is het volgende week donderdag 9 Av en vanaf dan worden een tijdlang de verwoestingen van de eerste en tweede tempel herdacht, en nog andere rampen uit de Joodse geschiedenis. Dat stelt een beperking aan de moralistische oproep van Jesaja tot verbetering van ons leven. Voor deze week kan dat nog wel, en Jesaja laat er geen twijfel over bestaan: zelfkritiek mag en moet en hij spaart de mensen en het volk niet. Maar vanaf volgende week donderdag is het anders: bij de herdenking van zulke historische rampen past alleen maar troost. Vandaar dat in de zes lezingen na 9 Av uit een ander Jesaja-vaatje getapt wordt: dat van de zogenoemde troost-lezingen, die komen uit het tweede boek van Jesaja, te beginnen met hoofdstuk 40. Maar nu eerst vol op het orgel van de zelfkritiek, hoewel ook deze week aan het eind van de lezing de troost niet ontbreekt.

Aangemoedigd door deze oproep van Jesaja voel ik me aangespoord om mezelf te corrigeren. In vorige blogberichten ben ik een paar keer uitgevallen tegen Dries van Agt omdat ik bij hem, in zijn spreken en in zijn acties, een soort anti-Israël-enthousiasme ontwaar. Ik vertrouw hem niet. Maar voor zover zijn organisatie The Rights Forum daadwerkelijk rechtsinstrumenten wil inzetten zoals het internationale recht en het internationale Straf- en Gerechtshof voor de beoordeling van de situatie in de Palestijnse gebieden kan ik daar niet tegen zijn. “Gerechtigheid, gerechtigheid zul je nastreven”, zegt immers het bijbelboek Deuteronomium.

Zie ook De man van hoger honing.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Gerechtigheid en scrol naar beneden door.

donderdag 6 juli 2023

Monsters


De auto(snel)weg was al nooit mijn favoriete plaats om te zijn, maar het wordt daar langzamerhand wel akelig ongezellig, op het unheimische af. Dat gevoel krijg ik door de steeds grotere aantallen brute zwarte bakbeesten met dreigend grijnzende roosters en glurende roofvogelogen aan de voorkant en geblindeerde ramen aan de achter- en zijkanten. Ze stralen afweer en agressie tegelijkertijd uit. Ze jagen me schrik aan, en dat lijkt ook precies de bedoeling te zijn. Wat willen we elkaar voor boodschap afgeven met die monsters? 

Ik besef nu pas hoe lief autootjes er ooit uit konden zien. Ik denk aan Renaultjes Dauphine, of Volkswagens of de Toyota Starlet. Hopelijk beweegt de automodecyclus weer snel de andere kant op.



Wil je commentaar geven of zien: klik op Monsters en scrol naar beneden door.