woensdag 19 juli 2023

Gerechtigheid


Deze week lezen we in sjoel uit het eerste hoofdstuk van de profeet Jesaja. Het wordt de eerste van een reeks van zeven lezingen uit Jesaja, die loopt vanaf nu tot aan het Joodse Nieuwjaar. Jesaja profeteert in zijn boeken over het koninkrijk Juda en de hoofdstad Jerusalem in de periode van de Judese koningen Oeziahoe, Jotam, Achaz en Jechizkiahoe. Die vier koningen worden vermeld in de eerste zin, en hun regeerperiodes bestrijken het tijdvak van rond 760 tot 698 voor de gebruikelijke jaartelling, dus bij elkaar zo’n 62 jaar. 

In die periode kwam de dreiging voor de twee Hebreeuwse koninkrijken Israël en Juda hoofdzakelijk van de grootmacht van die tijd, het Assyrische rijk. Het noordrijk Israël valt daaraan ten prooi in het jaar 722, dus midden in de periode waarover Jesaja profeteert, en de bevolking wordt weggevoerd. Jesaja spreekt er niet veel over, want hij woont daar niet, maar des te meer heeft hij het over de Assyrische dreiging die vervolgens op het zuidrijk Juda gericht is. Hij voorziet voor Juda een soortgelijke ramp als die Israël is overkomen. Hij waarschuwt daarvoor en roept zijn volksgenoten op om ter voorkoming daarvan hun leven te beteren.

Tot zover de historische tijdlijn, van 2700 jaar geleden. Daarnaast is er de tijdlijn van de Joodse jaarcyclus, die dit jaar loopt van september 2022 tot september 2023. Volgens de Joodse kalender is het volgende week donderdag 9 Av en vanaf dan worden een tijdlang de verwoestingen van de eerste en tweede tempel herdacht, en nog andere rampen uit de Joodse geschiedenis. Dat stelt een beperking aan de moralistische oproep van Jesaja tot verbetering van ons leven. Voor deze week kan dat nog wel, en Jesaja laat er geen twijfel over bestaan: zelfkritiek mag en moet en hij spaart de mensen en het volk niet. Maar vanaf volgende week donderdag is het anders: bij de herdenking van zulke historische rampen past alleen maar troost. Vandaar dat in de zes lezingen na 9 Av uit een ander Jesaja-vaatje getapt wordt: dat van de zogenoemde troost-lezingen, die komen uit het tweede boek van Jesaja, te beginnen met hoofdstuk 40. Maar nu eerst vol op het orgel van de zelfkritiek, hoewel ook deze week aan het eind van de lezing de troost niet ontbreekt.

Aangemoedigd door deze oproep van Jesaja voel ik me aangespoord om mezelf te corrigeren. In vorige blogberichten ben ik een paar keer uitgevallen tegen Dries van Agt omdat ik bij hem, in zijn spreken en in zijn acties, een soort anti-Israël-enthousiasme ontwaar. Ik vertrouw hem niet. Maar voor zover zijn organisatie The Rights Forum daadwerkelijk rechtsinstrumenten wil inzetten zoals het internationale recht en het internationale Straf- en Gerechtshof voor de beoordeling van de situatie in de Palestijnse gebieden kan ik daar niet tegen zijn. “Gerechtigheid, gerechtigheid zul je nastreven”, zegt immers het bijbelboek Deuteronomium.

Zie ook De man van hoger honing.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Gerechtigheid en scrol naar beneden door.

4 opmerkingen: