zaterdag 14 november 2009

Een enkel zinnetje


De betovering van de rede kan groot zijn. En de kracht ervan is misschien wel het beste voelbaar als we ons laten meevoeren door een helder, sluitend, rationeel betoog, van onszelf of van een ander. We ondervinden de weldaad daarvan totdat we ergens, half verstopt, een subversief, ongemakkelijk zinnetje tegenkomen. Met als effect dat het idee waar we geheel in op gingen leegloopt als een lekgestoken ballon.

Vaak zijn het korte zinnetjes die zo’n effect teweegbrengen, veelal een beetje aarzelend en bedeesd van karakter.

De econoom Keynes maakte zo’n korte, maar dodelijke aantekening bij het verhaal van de klassieke economie. Dat verhaal, sinds de negentiende eeuw verteld door economische filosofen en gretig omarmd door praktizerende economen, is een schoolvoorbeeld van een sluitend, rationeel betoog. Het betoog komt erop neer dat een economisch systeem altijd vanuit zichzelf naar evenwicht beweegt. Er kunnen zich crises voordoen, maar die laten zich gemakkelijk verklaren als veroorzaakt door een inefficiënt aanbod. Want in de klassieke theorie vindt spaargeld op een of andere manier altijd een bestemming zodra de prijs klopt. Het kan enige tijd duren, maar evenwicht zal als vanzelf weer ontstaan. En dan komt Keynes en die zegt: mensen en instituties kunnen simpelweg, los van de prijs, stoppen met investeren en consumeren, bijvoorbeeld omdat ze onzeker zijn. Raadselachtig misschien, maar consumenten kunnen nee zeggen. En weg is de zekerheid van het sluitende model.

Een soortgelijke plotselinge overgang van zekerheid naar onzekerheid voltrekt zich in het artikel over de economische crisis dat Frank Ankersmit laatst presenteerde in Trouw. Hij voert je mee in zijn uiteenzetting van de modellen die werden opgesteld tijdens de financieel-economische hype. Je voelt de geruststelling die uitgaat van de gedachte dat alle variabelen in kaart gebracht zijn: toekomstige opbrengsten, risico’s en de invloed van die risico’s op de opbrengsten. Maar dan zegt hij ineens: “Er is altijd de mogelijkheid dat een belangrijke variabele buiten beschouwing bleef”. Zo’n zinnetje is vernietigend want het trekt in één keer de absolute zekerheid onderuit. Immers, als één steen wankelt kan het hele bouwwerk instorten. En dat is ook wel gebleken.

In de filosofie zijn eveneens vaak alomvattende ideeën omarmd. Bijvoorbeeld de gedachte dat alle mensen ‘ten diepste’ hetzelfde zijn, en dat iedere ethiek vanuit die gedachte moet vertrekken. Maar wat, zegt de filosoof Hillary Putnam, als soms iemand gelooft dat sommige anderen nét niet ‘echt’ hetzelfde zijn? Dat zet, zegt hij, de deur open naar een holocaust. Weg betoog, weg ethiek, met dat ene zinnetje als boosdoener. De veronderstelde, en gezochte universaliteit is ineens verdwenen, er sluipt onmiddellijk willekeur in het verhaal. Ons houvast is weg.

Je kunt er verdrietig van worden, dat onze sluitende verhalen vaak niet houdbaar blijken te zijn. Maar is het dan een oplossing om, zoals het Handvest voor compassie recent deed, nog eens extra de intentie te benadrukken om "een ieder, zonder enige uitzondering, te behandelen met volstrekte waardigheid, billijkheid en respect". Of is zo'n uitspraak eigenlijk totalitair? En kan die eigenlijk niet anders dan cynisme in de hand werken, en daarmee de ethiek als geheel op het spel zetten, omdat het gewoon onmogelijk is?

Het is de verdienste van onder andere Levinas geweest om erop te wijzen dat die verstorende zinnetjes ook positief te duiden zijn. Ze doorbreken het totalitaire karakter dat onze ideeën al gauw krijgen als ze ongestoord hun gang kunnen gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten