vrijdag 11 april 2008

Wie roept de noodtoestand uit?


Wat hebben Jack Welch, generaal Musharraf en bisschop Eijk met elkaar gemeen?
Het antwoord is: een voorliefde voor de noodtoestand, bij voorkeur door henzelf uitgeroepen.

Jack Welch heeft General Electric groot gemaakt door het permanent in stand houden van een crisissfeer. Voortdurende hoogspanning en topprestaties waren geboden. Daarbij paste het jaarlijkse ontslag van de tien procent slechtste werknemers en een extra beloning voor de twintig procent beste werknemers.

Musharraf riep in november 2007, toen hij dreigde een nederlaag te lijden in de presidentsverkiezingen, de noodtoestand uit. De spelregels van de democratie stonden op dat moment zijn aspiraties in de weg.

Bisschop Eijk reorganiseert op dit moment de staf van zijn aartsbisdom met straffe hand. Met een beroep op het dreigende faillissement van zijn organisatie zet hij oudgedienden eruit en creëert hij een nieuwe staf met mensen van zijn eigen keuze.

Wat is het gemeenschappelijke in deze omarming van de noodtoestand?
Ik denk dat de drie met elkaar gemeen hebben dat ze weinig plezier hebben in en waarde hechten aan werkelijk vrije en gelijkwaardige interactie met “hun” mensen. Want voor Musharraf zou dat weleens kunnen betekenen dat hij de politieke macht moet delen of kwijt raakt. En voor bisschop Eijk dat leken zich gaan bemoeien met de waarheid. En voor Jack Welch dat moeizame gesprekken in de plaats zouden komen van heldere orders.

Maar wat vinden wij – burgers, leken en gewone medewerkers – daar dan van? Gaan wij zomaar akkoord met het uitroepen van de noodtoestand, met alle gevolgen van dien? Weinigen van ons zullen betwisten dat de noodtoestand wel eens nodig kan zijn. Maar wie mag hem uitroepen en met welk motief? Ik denk dat het zaak is om leiders daarin kritisch te volgen. We mogen niet de dupe zijn van ten onrechte uitgeroepen noodtoestanden.

Nu worden wij in Nederland niet door ieder type noodtoestand evenzeer bedreigd.
Over de politieke noodtoestand zoals Musharraf die uitriep zal in Nederland op dit moment niemand zich druk hoeven te maken. Dat soort politiek is ver van ons bed en zal dat hopelijk nog lang blijven.

Wat bisschop Eijk betreft is het goed mogelijk om in zijn gescherm met de financiële noodtoestand de echo te horen van de afkondiging van nog een andere noodtoestand: die van de ziel. Vele eeuwen lang is aan de mensen verteld dat het verkeerd met hen zou aflopen als ze Jezus niet als Verlosser aannamen. Het zou mij niets verbazen als Eijk naar die gedachte terug wil. Maar de kans dat we ons in Nederland massaal die boodschap laten aanpraten lijkt me niet groot, dus ook van bisschop Eijk hoeven we niet wakker te liggen.

Anders ligt het met het type noodtoestand à la Jack Welch. Ik denk dat wij ons daarvan veel meer laten aanpraten dan nodig is. Door verwijzing naar een permanente struggle for life of door een beroep op onze angst voor karakterzwakte laten wij ons opsluiten in een straf arbeidsregime en ontzeggen we onszelf een meer ontspannen bestaan. Het is zoals de filosoof/manager Eric Bolle zegt: we zouden ons niet van de wijs moeten laten brengen door managers die té graag doen alsof de middelen schaars zijn. We moeten beginnen besluiten te nemen vanuit een besef van overvloed: er is genoeg voor iedereen.

Dat hoeft werkelijk het besef niet weg te nemen dat er kritieke situaties kunnen bestaan, ook in het organisatieleven. Maar als de noodtoestand als regel instrumenteel ingezet wordt dan klopt er iets niet. Daarop duidt de wanverhouding tussen de ongekende welvaart waarin we leven en de opgejaagdheid van het bestaan van velen. De vraag is dus: wie mag ons opjagen, en wie vooral niet?

Zie ook Van groot naar klein en terug

Geen opmerkingen:

Een reactie posten