donderdag 3 september 2015

Compassie of competitie


Trouw opende afgelopen maandag de krant met een artikel van Marli Huijer, onder de titel: “Stel het je voor: je vecht om lucht in een koelwagen”. Bij mij bracht dit de volgende reactie teweeg: vóórdat ik me van alles laat aanpraten naar aanleiding van de vluchtelingencrisis wil ik dit soort aansporingen en aanmaningen eerst eens goed tegen het licht houden.

In het artikel van Huijer kom ik onder meer de volgende, al dan niet met elkaar samenhangende, aansporingen tegen: voel de nabijheid van de vluchtelingen; bedenk dat je het zelf had kunnen zijn, maak jezelf een voorstelling van de situatie; identificeer je met de vluchtelingen. Onderstaand ga ik voor mezelf na wat ik van elk van die aansporingen vind.

1. Voel de nabijheid. “Die vrachtwagen had ook bij ons om de hoek op de snelweg kunnen staan. Oostenrijk, dat is Europese grond. Die nabijheid zorgt ervoor dat we nóg meer op onze verantwoordelijkheid worden aangesproken. Onze betrokkenheid wordt vergroot. We realiseren ons: we hadden het ook zelf kunnen zijn.” Deze passage  volgt op de vaststelling door Huijer dat we al eerder geschokt waren door berichten over de boten en andere drama’s die zich buíten het Europese vasteland afspeelden.

Ik ben het wel met Huijer eens dat fysieke nabijheid van ellende je sterker raakt dan wanneer het verder weg is. Merk daarbij wel op dat een dergelijke constatering ook de andere kant op werkt: hoe verder weg het leed, hoe minder we worden aangesproken op onze verantwoordelijkheid. Er is dus geen sprake van absolute verantwoordelijkheid aan onze kant voor vluchtelingen, nabijheid telt.

Verder, als je het over nabijheid hebt als een factor die meetelt, dan impliceert dat meteen ook culturele nabijheid. Die gaat dan ook meetellen. En die kan, hoe consequent, ook weer twee kanten op werken: we zitten niet te wachten op meer import van Islamitisch fundamentalisme of antisemitisme. Maar misschien wel op kritische, mondige Midden-oosterse burgers die de achterlijkheid van hun regeringen beu zijn.

2. Bedenk dat je het zelf kunt zijn. “Niemand wil het zich voorstellen om als vluchteling in een vrachtwagen te stikken, maar je moet het je wel voorstellen…We realiseren ons: we hadden het ook zelf kunnen zijn.”

In deze motivering om ons een voorstelling te maken van wat vluchtelingen meemaken  klinkt een zeker besef van wederkerigheid en welbegrepen eigenbelang door. Zoiets van: ook wíj kunnen nog wel eens in een dergelijke beklagenswaardige situatie terecht komen. Als we nu hén helpen, mogen we hopen dat we dan ook door anderen geholpen zullen worden. Niets mis mee trouwens, met die gedachte.

3. Identificeer je met de vluchtelingen: “We kunnen ons met die ander identificeren. Dat we compassie met de ander kunnen hebben, komt daaruit voort; we lijken op elkaar”.

Dat is waar, denk ik: wanneer je jezelf herkent in een ander kán dat compassie wekken. Maar, zoals de filosoof René Girard onvermoeibaar blijft benadrukken, de ander herkennen als jezelf kan ook de competitie wekken en de mimetische begeerte: ik wil dezelfde spullen en veiligheid als de ander, of juist beslist de onveiligheid die een ander beleeft voor mezelf vermijden. Goed werkende spiegelneuronen werken twee kanten op: het kan tot wedijver leiden en afscherming van wat de ander van jou wil; en het kan tot compassie leiden.

Deze constatering sluit aan bij de twee kampen die Huijer in Nederland ziet ontstaan. Het ene kamp wordt gedreven door compassie en wil helpen maar weet niet hoe. Het andere kamp is bang om overvleugeld te worden door wat er op ons af komt. “Het is aan de politiek om daar iets mee te doen”, zegt Huijer dan. Die laatste gedachte vind ik misschien wel de meest overtuigende, maar ook de minst opzienbarende.

De andere gedachten van Huijer laten me, na bovenstaande weging ervan, eerder achter in een staat van ethische verwarring, gekoppeld aan het onprettige gevoel enigszins moralistisch te zijn toegesproken.

Gelukkig lijkt de Europese politiek, met de gezamelijke initiatieven van Duitsland, Engeland en Frankrijk van de afgelopen week, nu enigszins in beweging te komen. Dat er daarnaast zoveel, al dan niet door spiegelneuronen gedreven, spontane opvang plaats vindt, is een goede zaak – denk ik.

Zie ook Levinas en empathie en Met universele waarden kom je niet ver

2 opmerkingen:

  1. De emo-tv viert weer hoogtij, feitelijk profiterend van schrijnende toestanden en bijbehorende beelden. Burgers beweren, best een vreemdeling in huis te willen nemen. Het klinkt geweldig, maar bekend is dat vis en visite slechts 3 dagen vers blijven. Wat vandaag een daad is of lijkt van compassie bovendien, wordt morgen als gewoon beschouwd en overmorgen tot verplichting gemaakt.
    Uitgaande van de oeverloos trage bureaucratie en de (hiermee samenhangende) onbetrouwbaarheid in burgerogen, zal verblijf van vreemdelingen tot veel problemen leiden: druk op medische zorg, sociale zekerheid, huisvesting, etc.
    Linksom of rechtsom blijven dit realiteiten. Is het kabinet en zijn de gemeenten hierop berekend? We weten wel beter.
    Dus wat dan te doen? Een eenvoudige oplossing is er niet en juist het emotie denken belemmert een heldere kijk en besluitvorming. Het voorstel van Buma (inrichting van safe area's in oorlogsland(en) is zeker het overwegen waard. Dit vraagt om militair ingrijpen.
    Opnemen in Europa moet beperkt blijven, omdat het hoe dan ook een aanzuigende werking heeft, ook uit niet-oorlogsgebieden.
    Ingeval we grote contingenten vluchtelingen (en gelukszoekers) opnemen, moeten hiervan de gevolgen zakelijk worden onderkend.
    Dit zal stevige maatregelen vergen, willen we nog iets overeind houden van het welvaartsbolwerk Europa. Ingeval de politiek faalt (en die kans acht ik groot), dan krijgt de bevolking het voor de kiezen. Je hoeft maar naar Duitsland te kijken om te zien hoe dat gaat. De politiek biedt geen transparantie en al helemaal geen kostenplaatje en bijbehorende lastenverzwaring, afbraak sociale voorzieningen, medische zorg en gebrek aan woningen.
    En de compassie dan? Een vluchteling koopt alleen op korte termijn iets voor mededogen. Daarna volgt de teleurstelling. Er is namelijk nauwelijks werk, laat staan voor mensen die meestal gering geschoold zijn en nog jaren met de taal bezig zijn.
    Binnenkort komt de nieuwe begroting. Zoek de Visie, beste vrienden, zoek deVisie.

    Monk

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Naud,
    wat sowieso onweerlegbaar vaststaat is dat een bladzijde wordt omgedraaid.
    Het Europa van 2016 zal er anders uitzien dan dat van 2014.
    Wijsgeren als Girard en Levinas verklaren het ons.

    BeantwoordenVerwijderen

Dank voor je reactie. Als het goed is krijg ik nu een e-mailbericht zodat ik de reactie kan goedkeuren.