vrijdag 19 januari 2024

Begrijpend lezen en de koekjesfabriek


‘Het managementdenken is overal’. Die klacht hoor je wekelijks, zo niet dagelijks uit de mond van totaal verschillende groepen professionals. Zorgmedewerkers spreken over het verlies van de liefde voor het vak als gevolg van de administratieve en bedrijfsmatige eisen die aan ze gesteld worden. Ministeriemedewerkers met inhoudelijke kennis (bijvoorbeeld ingenieurs, internationaal rechtexperts) zien hun invloed tanen omdat roulerende managers hun inbreng niet op waarde kunnen schatten en vooral druk zijn met ‘prestatie-indicatoren’. Veel inhoudelijk deskundigen zijn zelfs wegbezuinigd, de lege plaatsen worden opgevuld door peperdure consultants.

Deze trend van het inruilen van inhoud voor, ik noem het maar, ‘inhoudsloos managen’ meen ik terug te zien in een verschijnsel dat ik daar tot nu toe niet mee in verband bracht: het leesonderwijs op de basisschool. Dat onderwijs verloopt sinds de jaren ’90 via de methode van begrijpend lezen, en de dramatische daling van leesvaardigheid van basisschoolleerlingen wordt daar deels aan toegeschreven. De methode focust op zogenaamde leesstrategieën, waarbij je moet denken aan eerst kijken naar de kop boven de tekst, of letten op signaalwoorden zoals ‘maar’ of ‘omdat’ in de tekst. Daar is op zichzelf niet zoveel mis mee, want iedereen die een stuk leest gebruikt bewust of onbewust in meer of mindere mate zulke strategieën. Het ging pas fout, zegt Marten van de Wier in Trouw, “toen leerlingen (vanaf begin jaren negentig) die strategieën bewust moesten leren, in een apart vak met een eigen methode: ‘begrijpend lezen’”. In veel gevallen gaat dat zo: leerlingen krijgen een losstaande tekst voorgelegd – bijvoorbeeld een versimpeld krantenartikel – met vragen erbij. De antwoorden kunnen ze vinden via de geleerde trucs, zoals de positie van woorden in een zin of ten opzichte van een signaalwoord. Waar het over gaat doet er niet toe. Deze methode benadert teksten als zo efficiënt mogelijk te tackelen barrières door ze op formele kenmerken te bekijken en iedere inhoud - en ieder plezier - te vermijden. 

Zo geformuleerd is de gelijkenis frappant met management zoals dat al decennia wordt onderwezen: een kwestie van liefst inhoudsvrij sturen op indicatoren van formele aard, bij voorkeur financiële kwartaalcijfers, maar het mogen ook productiecijfers zijn, of HR-tevredenheids- of klanttevredenheidscores. Alles is goed zolang het maar cijfermatig (kwantitatief) te ‘processen’ is en in protocollen te vangen. Inhoud, laat staan liefde voor de inhoud, is alleen maar ballast. Vakkennis, voeling met grondstoffen, aaibaarheid van een product, het is allemaal van ondergeschikt belang. Dat kwam tot uitdrukking in een onder managers in de jaren negentig favoriete uitspraak: ‘wat je maakt doet er niet toe, al zijn het koekjes in een koekjesfabriek; je bent een goede manager als je op indicatoren en processen kunt sturen’. En dan liefst niet de primaire processen – die van het máken; maar de afgeleide financiële en besturingsprocessen. Volkomen onthecht moest je zijn van de stoffelijke, zintuiglijke materialiteit. Als je wilt kun je hier de bevestiging in zien van de verbinding die sommige historici poneren tussen het Christelijke onthechtingsstreven en het kapitalisme. (Met dit verschil dat de managers voor hun onthechting alsnog graag een materiële beloning in het hier en nu ontvangen in plaats van een spirituele in het hiernamaals.) 

De parallel tussen begrijpend lezen en het managementdenken biedt ook een lichtpuntje. Het onderwijs heeft ontdekt dat die methode niet werkt. Dat liefde en aandacht voor de inhoud van de wereld, via geschiedenis, aardrijkskunde en biologie niet door gladde formele strategieën kan worden vervangen. Nu de managers nog.

Zie ook Soorten overleg.

Wil je commentaar geven of zien: klik op Begrijpend lezen en de koekjesfabriek en scrol naar beneden door.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten